BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2010-2011
________
27 juli 2011
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2882

de Karl Vanlouwe (N-VA)

aan de staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de Eerste Minister
________
Belgische luchthavens - Vrachtverkeer - Cargo - Veiligheidsmaatregelen - Screening
________
luchthaven
goederenvervoer
terrorisme
veiligheid van het luchtverkeer
________
27/7/2011 Verzending vraag
13/9/2011 Antwoord
________
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-2882 d.d. 27 juli 2011 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

In oktober 2010 werden op het laatste moment twee terroristische aanslagen verijdeld, die gebruik wilden maken van de lacunes in de veiligheidsmaatregelen van het vrachtvervoer per vliegtuig. De bompakketten zaten nauwkeurig verstopt in een printervulling, die amper of niet zou zijn opgevallen bij een reguliere airport safety check. Het is enkel dankzij tips van informanten dat deze gevonden zijn. Het eerste pakket werd in Dubai gevonden, en was bedoeld om in volle vlucht boven de Verenigde Staten te exploderen. Het tweede pakket werd op de luchthaven van East Midlands in Groot BrittanniŽ onderschept nadat het reeds op de luchthavens van Dubai en Keulen was overgeladen. Oorspronkelijk werd er geen pakket gevonden, maar nadat van Dubai het bericht kwam dat de verkregen informatie correct was, vond men pas na een tweede zoektocht het verdachte pakket.

De bedoeling van de terroristen is duidelijk: de mogelijkheden verkennen om terroristische aanslagen te plegen, nadat de mogelijkheden om dat via personenvervoer te doen sterk verminderd zijn. Ik verwijs naar de Nigeriaanse student die op de vlucht van Amsterdam naar Detroit overmeesterd werd door de medepassagiers nadat hij een bom probeerde te ontsteken.

Jaarlijks wordt er 37 miljard kg vervoerd via vrachtvliegtuig. Van alle cargo die naar of binnen de Verenigde Staten worden verstuurd, gaat 84 % met vrachtvliegtuig en 16 % per passagiersvlucht. Tachtig procent wordt gescreend, maar voor cargovluchten hangt de screening af van de maatschappij waar het pakje wordt verstuurt. Met andere woorden, zelf als men in het Verenigd Koninkrijk 100 % van alle pakjes screent, is men onmachtig om dit te doen met de cargo die wordt overgeladen op Brits grondgebied.

Internationaal zijn er nog geen richtlijnen om maatschappijen te dwingen alle pakjes gedetailleerd te screenen, omdat men vreest voor een stijging van de prijzen en een daling van het internationaal vrachtverkeer.

Mijn vragen aan de geachte minister zijn:

1) Welke zijn de procedures op de Belgische luchthavens om cargo te screenen, die:

- vanuit BelgiŽ wordt verstuurd;

- naar BelgiŽ wordt verstuurd;

- in BelgiŽ wordt overgeladen?

2) Welke zijn de percentages van goederen die gescreend worden (volgens de categorieŽn hierboven graag)?

3) Welke maatschappijen doen hun screening zelf en welke besteden dit uit?

4) Zou men op de Belgische luchthavens wel in staat zijn geweest een soortgelijk pakket na ťťn screening te vatten?

5) Worden hiervoor geregeld testen georganiseerd om de screening te toetsen (zoals recent in Duitsland)?

Antwoord ontvangen op 13 september 2011 :

Inzake cargobeveiliging op de Belgische luchthavens worden de Europese richtlijnen gevolgd, zoals vervat in de Europese Verordening 185/2010 van 4 maart 2010 houdende vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de toepassing van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart en in de uitvoeringsbesluiten.

Deze beveiligingsmaatregelen zijn van toepassing op alle vracht en post die vanuit België wordt verstuurd en eveneens op alle cargo afkomstig van andere Europese luchthavens. Met betrekking tot de cargo en de post afkomstig uit derde landen bereidt de Europese Unie een verstrenging van de reglementering voor. Transfervracht en transferpost zijn vrijgesteld van beveiligingscontroles, evenals transitoperaties. Ook op de luchthaven gelden strikte beveiligingsmaatregelen voor de bescherming van vracht en post.

Alle cargo die niet onder het regime van de “cargo supply chain” (of de “veilige goederenstroom”) valt, waarbij beveiligingscontroles worden uitgevoerd door erkende agenten, bekende afzenders en vaste afzenders, wordt onderworpen aan een beveiligingsonderzoek (bijvoorbeeld een screening) alvorens aan boord van een vliegtuig te worden geladen. De gevolgde procedure bij het beveiligingsonderzoek is conform de Europese Richtlijnen en Verordeningen. Voor het beveiligingsonderzoek wordt rekening gehouden met de aard van de zending en worden middelen of methodes gebruikt die het mogelijk maken met de grootste waarschijnlijkheid verboden voorwerpen te detecteren te garanderen dat er geen verboden voorwerpen in de zending zijn verborgen.

De uitvoering van het beveiligingsonderzoek valt onder de verantwoordelijkheid van de “Regulated agent” (of erkend agent). Enkel door de bevoegde Overheid, zijnde het Directoraat-generaal Luchtvaart (DGLV), gecertificeerd beveiligingspersoneel kan screeningsactiviteiten uitvoeren. Het beveiligingspersoneel wordt gecertificeerd door het DGLV (Directie Inspectie) nadat voldaan is aan de opleidings- en certificatievereisten.

Het toezicht op de correcte naleving van de beveiligingsmaatregelen voor de luchtvracht wordt uitgevoerd aan de hand van controles door de Directie Inspectie van het DGLV in toepassing van de voorschriften van Verordening (EG) 300/2008 (van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002) en haar uitvoeringsbesluiten. De resultaten van deze controles worden gebruikt als input voor de optimalisering van het inspectiebeleid en het opstellen van het jaarplan Kwaliteitscontrole van het DGLV.