BELGISCHE SENAAT
________
Zitting 2013-2014
________
22 november 2013
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-10438

de Jean-Jacques De Gucht (Open Vld)

aan de minister van Justitie
________
De wenselijkheid om een zogenaamd derde geslacht toe te laten
________
burgerlijke stand
sexualiteit
seksuele minderheid
________
22/11/2013 Verzending vraag
17/12/2013 Antwoord
________
Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3923
________
SENAAT Schriftelijke vraag nr. 5-10438 d.d. 22 november 2013 : (Vraag gesteld in het Nederlands)

Het lijkt simpel te zijn: ofwel behoor je tot het vrouwelijk geslacht, ofwel tot het mannelijk geslacht. Toch is dit bij de geboorte niet steeds duidelijk, er worden immers van tijd tot tijd kinderen geboren zonder uitgesproken geslachtskenmerken. In Europa zou het over ongeveer 1 op 5†000 baby's gaan. Nu is het al zo dat men in BelgiŽ in dergelijke gevallen tot drie maanden kan wachten alvorens over te gaan tot de eigenlijke geslachtsregistratie. In de meeste gevallen is die tijd ruim voldoende om de ontwikkeling van het effectieve geslacht te kunnen vaststellen, maar in andere, zeldzame gevallen volstaat dit niet. Die kinderen kunnen worden ondergebracht onder de noemer "interseksueel".

In de praktijk willen ouders vaak dat hun kind zo snel mogelijk onder een van de twee geslachten wordt ondergebracht, omdat dit nu eenmaal is wat onder de "maatschappelijke verwachting" wordt verstaan. Toch worden hierdoor niet altijd de juiste keuzes gemaakt, dit ten spijt van de persoon in kwestie die op latere leeftijd vaak met gendervraagstukken wordt geconfronteerd. In die context kan de nieuwe Duitse wetgeving een uitweg bieden. Zo zal in Duitsland het vakje "geslacht" niet ingevuld worden wanneer dit bij de geboorte niet duidelijk is. Op latere leeftijd zou de persoon in kwestie dan alsnog een keuze kunnen maken, al zou dat niet verplicht zijn. Deze regelgeving kwam er trouwens op aandringen van het Duitse grondwettelijk hof dat stelt dat de wettelijke erkenning van het beleefde geslacht een mensenrecht is.

Ik had u dan ook graag volgende vraag voorgelegd.

De Duitse regeling zou ook voor Belgen die zich in deze positie verkeren ongetwijfeld een oplossing kunnen bieden. Bent u bereid te onderzoeken of een dergelijke wettelijke verankering wenselijk en haalbaar zou zijn of ziet u hier bepaalde hinderpalen om dit doen?

Antwoord ontvangen op 17 december 2013 :

De delicate problematiek van de interseksualiteit, waarbij er sprake is van een tegenstrijdigheid tussen de onderscheiden lichamelijke geslachtskenmerken en waardoor het bepalen van het geslacht op basis van de fysieke kenmerken onduidelijk is, is recent door de gewijzigde wetgeving in Duitsland onder de aandacht gekomen.

De nieuwe Duitse wet van 7 mei 2013 die op 1 november 2013 in werking zal treden staat toe dat de vermelding van het geslacht op de geboorteakte niet langer nodig is voor pasgeboren kinderen wiens geslacht onduidelijk is op het ogenblik van de geboorte. Het gaat dus niet zozeer om het invoeren van een “derde geslacht”, dan wel om geen melding te maken van het geslacht in de geboorteakte van een kind met een onduidelijk geslacht.

Onze huidige wetgeving erkent reeds de problematiek van kinderen geboren met een onduidelijk geslacht door de wet van 15 mei 2007 tot wijziging van artikel 57 van het Burgerlijk Wetboek inzake de vermelding van het geslacht van kinderen van wie het geslacht onduidelijk is (Belgisch Staatsblad van 12 juli 2007). Indien een kind geboren wordt met een onduidelijk geslacht wordt aan de ouders een uitsteltermijn van drie maanden gegeven voor de inschrijving van het geslacht in de geboorteakte. Echter, in tegenstelling tot de nieuwe Duitse regelgeving, moet er wel steeds melding gemaakt worden van een geslacht in de geboorteakte van het kind. Het parlement heeft toen gekozen voor drie maanden omwille van medisch redenen en houdt verband met de tijd die nodig is om resultaten te bekomen van een karotype-analyse.

Hoewel de wet dit niet uitdrukkelijk stipuleert, kan aangenomen worden dat indien naderhand toch zou blijken dat het opgegeven geslacht niet overeenstemt met het werkelijke geslacht, men beroep zou kunnen doen op de gerechtelijke verbeteringsprocedure om de geboorteakte op dit punt aan te passen.

Geen melding maken van het geslacht in de geboorteakte is echter binnen de huidige stand van de wetgeving niet mogelijk.

Het uitbreiden van de huidige wet naar analogie met de nieuwe Duitse regelgeving zou een ingrijpende wijziging van ons huidig wettelijk stelsel vereisen, waarin zowel de medische, psychologische, ethische, sociale en juridische aspecten van deze problematiek grondig onderzocht moeten worden en waarin nauwgezet nagegaan en bepaald moet worden wat de juridische gevolgen zijn van een dergelijke niet-registratie van het geslacht of de registratie van een “onbepaald geslacht”.