5-63 | 5-63 |
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Mijn vraag gaat over een delicate zaak, zoals vaak het geval is bij dossiers inzake justitie. Het is echter goed de puntjes op de i te zetten en de zaken te verduidelijken.
Op dinsdag 12 juni verscheen de beklaagde in de zaak Sharia4Belgium voor de raadkamer en ze besloot tot zijn verdere aanhouding. Volgens enkele advocaten zou de eindbeslissing al uitgetypt hebben klaargelegen nog voor de zaak werd behandeld.
Vóór de verschijning voor de raadkamer publiceerden de media uitspraken van verschillende politici over de schuld van de beklaagde en over mogelijke straffen.
Ik maak abstractie van de grond van de zaak, ik vraag evenmin om begrip voor de beklaagde in de zaak Sharia4Belgium en keur niet goed wat hij doet en verkondigt. De voorbije jaren ben ik enkele keren met dat heerschap in debat gegaan - weliswaar op straat - en bijgevolg weet ik welk vlees ik in de kuip heb.
De manier waarop regeringsleden over de zaak Sharia4Belgium hebben gecommuniceerd, zou echter de indruk kunnen wekken dat de uiterst belangrijke scheiding tussen de uitvoerende en de rechterlijke macht ter discussie staat.
Nauwelijks een week geleden is door het uitblijven van meer informatie omtrent de uitbreiding van de gemeentelijke administratieve sancties (GAS) een soortgelijke discussie losgebarsten over het arbitraire karakter van die sancties; de sancties lopen immers uiteen naargelang van het toepassingsgebied.
De zaak Sharia4Belgium kan de kern van onze rechtsstaat raken en vereist daarom duidelijkheid en een genuanceerde houding.
Strafuitvoering is de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie. Ik ben het niet eens met advocaten die stellen dat de minister niet mag eisen dat een straf van minder dan zes maanden wordt uitgevoerd. Dat behoort wel degelijk tot de verantwoordelijkheid van de minister van Justitie.
Hoe evalueert de minister de kritiek van advocaten en rechtsdeskundigen als zouden uitspraken van politici over de schuld en zelfs over de noodzakelijke bestraffing van een beklaagde die nog niet voor de raadkamer is verschenen, mogelijk een ongewenste en gevaarlijke osmose creëren tussen uitvoerende en rechterlijke macht, en zodoende misschien een onwrikbare basiseigenschap van onze rechtsstaat bedreigen?
Kan de minister de grote lijnen schetsen van het aangekondigde stappenplan om de strafuitvoering te verzekeren? Wordt daarvoor in de vereiste budgetten voorzien? Wanneer mogen we de wetteksten daarover in het parlement verwachten zodat we het debat over de strafuitvoering dat de minister heeft gelanceerd, ten gronde kunnen voeren?
(Voorzitter: de heer Francis Delpérée)
Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - De uitvoerende macht is verantwoordelijk voor de strafuitvoering. Als minister van Justitie ben ik de enige die kan afwijken van de bestaande omzendbrief die voorschrijft dat straffen onder de drie jaar niet automatisch moeten worden uitgevoerd. Bijgevolg neem ik mijn verantwoordelijkheid, uiteraard als politica, maar vooral als minister van Justitie, omdat het nu eenmaal mijn plicht is de veiligheid van de samenleving maximaal te garanderen.
In mijn hoedanigheid van minister van Justitie heb ik in dit debat, zoals steeds, nauwgezet de scheiding der machten gerespecteerd. Ik heb me op geen enkele manier uitgesproken over wat de raadkamer al dan niet zou mogen, kunnen of willen beslissen. Ik houd mij strikt aan de strafuitvoering, in dit geval voor straffen onder de drie jaar.
Ik heb op geen enkel ogenblik een uitspraak gedaan over de rechterlijke beslissing die moest worden genomen. Na de uitspraak van het vonnis heb ik akte genomen van de opgelegde straf en heb ik me, conform mijn bevoegdheden, uitgelaten over vragen met betrekking tot de strafuitvoering.
In verband met de strafuitvoering werd in 1993 beslist de overbevolking in onze gevangenissen tegen te gaan; er werd voor geopteerd om bepaalde korte straffen niet uit te voeren. Dat beleid werd in de loop der jaren door de opeenvolgende ministers geconsolideerd. Ondanks alles is het gevangeniswezen in een vicieuze cirkel beland: we hebben te weinig gevangenissen en de kwaliteit ervan is onvoldoende. Nu korte gevangenisstraffen niet worden uitgevoerd, leggen rechters misschien wel langere straffen op, van drie jaar en één dag, wat opnieuw tot overbevolking kan leiden. Het regeerakkoord bepaalt dat wanneer een straf wordt opgelegd, ze ook effectief en coherent moet worden uitgevoerd en dat prioriteit zal worden gegeven aan de tenuitvoerlegging van korte straffen. Ik heb de voorbije maanden daartoe al enkele stappen gedaan. Samen met mijn collega Verherstraeten heb ik gezorgd voor een capaciteitsuitbreiding met 102 cellen in Sint-Gillis. Op dit ogenblik staan ook 200 veroordeelden meer onder elektronisch toezicht dan zes maanden geleden. We zijn ook begonnen met de transfer van Marokkaanse gevangenen naar hun land van herkomst. Dit jaar nog wordt ook de capaciteit in Turnhout, Wortel, Hoogstraten en Tongeren uitgebreid. In 2013 en 2014 komen er nieuwe gevangenissen in Beveren, Leuze, Paifve, Marche-en-Famenne en twee forensische psychiatrische centra in Gent en Antwerpen. De capaciteit wordt dus gevoelig uitgebreid.
We investeren ook in spraakherkenning, het upgraden van SISET en het elektronisch toezicht met gps bij voorlopige hechtenis.
We moeten nog verder gaan en na zes maanden analyseren wat nog nodig is om alle korte straffen te kunnen uitvoeren. We moeten niet alleen mikken op een ruimer budget en op de bouw van nieuwe gevangenissen, maar ook op elektronische enkelbanden, alternatieve straffen, thuisdetentie, enzovoort.
We moeten tijdens de lopende legislatuur verder werken aan de effectieve uitvoering van korte straffen, eventueel via de alternatieve vormen ervan. We moeten, enerzijds, het signaal geven dat bepaalde feiten niet ongestraft kunnen blijven, en, anderzijds, meer differentiatie brengen in de concrete strafuitvoering.
De heer Bert Anciaux (sp.a). - Mevrouw de minister, ik betwist geenszins dat u het recht hebt en zelfs de plicht en de verantwoordelijkheid om te zorgen voor de strafuitvoering. Wie beweert dat u niet mag beslissen dat een straf van zes maanden moet worden uitgevoerd, vergist zich. We zijn het er ook over eens dat de richtlijnen met betrekking tot de strafuitvoering zoveel mogelijk algemene richtlijnen moeten zijn. Zo kunnen we voorkomen dat individuele uitzonderingen worden gemaakt en kunnen we willekeur uitsluiten.
De overgangsperiode vereist natuurlijk enige soepelheid want slachtoffers van een inbraak die daaraan stress en trauma's hebben overgehouden en merken dat de inbreker nog op vrije voeten is, zullen het vreemd vinden dat nu zoveel weerklank wordt gegeven aan de situatie van één persoon.
Dat meer gevangenissen en meer gevangenen niet noodzakelijk meer veiligheid kunnen waarborgen, is vandaag weliswaar niet bon ton, maar straffeloosheid voor veroordeelden is uiteraard geen goed signaal.
Ik zal een bijkomende vraag stellen over de strafmaat die vandaag wordt toegepast. Ik ben ervan overtuigd dat de strafmaat die de rechtbank vandaag toepast, hoger is dan tien jaar geleden. Wellicht is de stellige indruk gewekt dat kleine veroordelingen toch niet meer worden uitgevoerd. Het is dus een goede zaak dat er voor iedereen duidelijkheid komt.
Tot slot nog dit. We moeten voorkomen dat wie dan ook uitspraken doet over zaken die uitsluitend tot de bevoegdheid van de rechtbank behoren. Ik beweer niet dat de minister zo'n uitspraak heeft gedaan. Ik wijs er alleen op dat is gezegd dat een bepaalde persoon jarenlang de cel in moet. Niet dat ik het daar niet mee eens zou zijn. Daarover gaat het niet. Al blijft dat een delicate oefening, de scheiding tussen de uitvoerende, de wetgevende en de rechterlijke macht moet gerespecteerd worden.