Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-87

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-2355 van de heer Brotcorne van 15 maart 2005 (Fr.) :
Wet van 7 februari 2003 houdende verschillende bepalingen inzake verkeersveiligheid. — Sancties. — Verplicht medisch en psychologisch onderzoek. — Termijn en beroep.

De wet van 7 februari 2003 houdende diverse bepalingen inzake verkeersveiligheid maakt het de politierechter mogelijk of verplicht hem zelfs om aan daders van bepaalde misdrijven, bijvoorbeeld dronkenschap, een medisch en psychologisch onderzoek op te leggen.

Dergelijke vonnissen leiden tot problemen bij de inschrijving voor het onderzoek, bij het maken van een afspraak en bij het ondergaan van het medisch en psychologisch onderzoek.

Volgens de wet komen immers alleen bepaalde medische instellingen hiervoor in aanmerking. De dader kent die instellingen niet altijd. Het duurt soms dagen vooraleer hij begrijpt dat het onderzoek absoluut moet gebeuren in een specifieke medische instelling en dat een afspraak moet worden gemaakt.

Vaak is er dan ook nog een lange wachttijd voor een raadpleging die leidt tot een al dan niet positieve medische en psychologische diagnose.

Kan de geachte minister antwoorden op volgende vragen :

1. Wat stelt zij voor als oplossing voor het probleem van de termijn waarbinnen het getuigschrift van een geslaagd medisch en psychologisch onderzoek kan worden bekomen ? Ik denk meer bepaald aan de informatie van de betrokkene en aan het verkrijgen van een afspraak op korte termijn.

2. Als men niet geslaagd is voor het medisch en psychologisch onderzoek, welk beroep is er dan mogelijk ? Is dat afdoende ? Als er geen beroep mogelijk is, wat wil de geachte minister daar dan aan doen ? Is het niet zo dat elke beroepsprocedure een waarborg is voor een billijk vonnis ?

Antwoord : Pro memorie : de wet van 7 februari 2003 had de gevallen verruimd waarbij de magistraat een vervallenverklaring van het rijbewijs kon of moest uitspreken.

Vanaf 1 maart 2004 kan de rechter, krachtens artikel 38 van de wet van 16 maart 1968, een vervallenverklaring van het rijbewijs voor een periode van acht dagen tot vijf jaar (of voorgoed, indien de schuldige binnen de drie jaar vóór de overtreding veroordeeld is wegens één van deze overtredingen) in volgende gevallen uitspreken :

— alcoholopname (artikel 34 van de wet van 16 maart 1968);

— het toevertrouwen van een voertuig aan een persoon die duidelijke tekens van alcoholopname vertoont of het aanzetten of uitdagen van een persoon tot het besturen (artikel 37 van de wet van 16 maart 1968);

— het besturen, het toevertrouwen van een voertuig, het aanzetten of uitdagen van het besturen onder invloed (artikel 37bis van de wet van 16 maart 1968);

— het onderzoek en de vaststelling van overtredingen bemoeilijken (artikel 62bis van de wet van 16 maart 1968);

— verwondingen of onopzettelijke doding (artikel 419bis, 420bis van het Strafwetboek);

— zware overtredingen van de eerste en tweede graad;

— gewone overtredingen met drievoudige recidive;

— ontstentenis van het rijbewijs of aandoeningen waardoor de persoon onbekwaam is (artikel 30, § 1, van de wet van 16 maart 1968);

— vluchtmisdrijf (artikel 33, § 1, van de wet van 16 maart 1968);

— het besturen zonder een voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan (artikel 48, 2º, van de wet van 16 maart 1968).

De wetgever van de vorige legislatuur had ervoor gekozen de vervallenverklaring, voor de ernstigste verkeersovertredingen, tot referentiestraf te maken.

Bij sommige vervallenverklaringen zal de veroordeelde verplicht zijn de examens opnieuw af te leggen.

In deze hypothese kan het uitstel niet langer de volledige vervallenverklaring van het rijbewijs omvatten. Er dient een minimale periode van acht dagen te worden opgelegd.

De politierechtbank wordt er op die manier toe verplicht een vervallenverklaring van het rijbewijs voor volgende overtredingen uit te spreken : (Zie tabel)

Er werd gerechtvaardigde kritiek geuit op het verplichte karakter van het psychologische onderzoek.

De organisatie van het onderzoek blijkt enorm duur te zijn. De verscheidenheid was vaak niet aangepast wat betreft geïsoleerde overtredingen. De termijnen voor de uitvoering werden aanzienlijk verlengd en één van de instellingen die belast was met het psychologisch onderzoek, de FOREM, heeft aangegeven zich niet langer met deze sector te willen bezighouden.

De wetsbepaling werd dus onlangs gewijzigd voor de overtredingen van de vierde graad (nieuwe categorie die de zware overtredingen van de derde graad vervangt door een nieuwe lijst overtredingen) en voor grote snelheidsovertredingen. De rechter kan de vervallenverklaring uitspreken zonder gemotiveerde beslissing. Het voordeel van deze bepaling is dat ze een einde stelt aan een verplichte straf die niet nuttig was voor de meeste overtredingen die door een intrekking van het rijbewijs worden bestraft.

De wijziging van de wetgeving speelt gedeeltelijk in op de door u aangehaalde bezorgdheden.

De praktijk heeft geprobeerd de uitvoeringsmoeilijkheden van de maatregel te milderen. De parketten en de dienst Rijbewijzen van de FOD Mobiliteit voeren eerst de convocatie uit voor de onderzoeken, meer bepaald de medische en psychologische onderzoeken. Wanneer de persoon hieraan voldoet, treedt de vervallenverklaring in werking.

Deze situatie is paradoxaal, maar vermijdt dat de Staat in kort geding wordt veroordeeld tot het terugbezorgen van het rijbewijs, omwille van het feit dat ze de onderzoeken niet binnen de onderzoekstermijn van de vervallenverklaring heeft kunnen organiseren.

Wat betreft de kosten van deze onderzoeken die een verborgen sanctie vormen, biedt een nieuwe wetsbepaling de rechter de mogelijkheid om rekening te houden met een forfaitaire kost om de geldboete evenredig te verminderen.

Wat betreft het beroep op het vlak van het onderzoek, is geen enkel beroep op dit ogenblik mogelijk tegen de beslissing van de geneesheer of de psycholoog.

Een evaluatie van de bepalingen omtrent de onderzoeken en hun modaliteiten zal plaatsvinden naar aanleiding van het koninklijk besluit tot bepaling van de kosten van deze onderzoeken.

Zware overtredingen van de derde graad (artikel 29 van de wet van 16 maart 1968)acht dagen tot vijf jaarFacultatieve examens
Het besturen in weerwil van een preventieve intrekking (artikel 30 van de wet van 16 maart 1968)drie maanden tot vijf jaar/ voorgoedFacultatieve examens
Het besturen in weerwil van een vervallenverklaring (artikel 48 van de wet van 16 maart 1968)drie maanden tot vijf jaar/ voorgoedFacultatieve examens
Vluchtmisdrijf met verwondingen of dood (artikel 33, § 2, van de wet van 16 maart 1968)drie maanden tot vijf jaar/ voorgoedFacultatieve examens
Recidive alcoholopname (artikel 37bis, § 2, van de wet van 16 maart 1968)drie maanden tot vijf jaar/ voorgoedPsychologisch en geneeskundig onderzoek
Ernstige recidive alcoholopname (artikel 36 van de wet van 16 maart 1968)drie maanden tot vijf jaar/ voorgoedPsychologisch en geneeskundig onderzoek
Dronkenschap (artikel 35 van de wet van 16 maart 1968)een maand tot vijf jaar/ voorgoedPsychologisch en geneeskundig onderzoek
Recidive alcoholopname, dronkenschap, drugs (artikelen 36 en 37 van de wet van 16 maart 1968)drie maanden tot vijf jaar/ voorgoedPsychologisch en geneeskundig onderzoek
Onopzettelijke slagen en verwondingen, recidive alcoholopname, dronkenschap,drugsMinimum drie maandenTheoretisch en praktisch examen, psychologisch en geneeskundig onderzoek
Onopzettelijke doding, gepaard gaande met zware overtreding, alcoholopname, dronkenschap, drugsMinimum zes maandenTheoretisch en praktisch examen, psychologisch en geneeskundig onderzoek
Onopzettelijke doding, gepaard gaande met recidive zware overtreding alcoholopname, dronkenschap, drugsMinimum een jaarTheoretisch en praktisch examen, psychologisch en geneeskundig onderzoek