(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans
Uit twee verschillende onderzoeken blijkt dat homoseksuelen zich onveiliger voelen in Nederland, aldus het NRC Handelsblad.
In Nederland verschenen zopas twee studies (de ene in opdracht van de gemeente Amsterdam en één in opdracht van het onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap) over het geweld tegen homoseksuelen en over de vraag of er inderdaad steeds meer allochtone daders bij betrokken zijn. Beide studies concluderen dat er niet genoeg gegevens zijn om te besluiten dat de agressie tegen homoseksuelen in Nederland in de lift zit. De onderzoekers zeggen wel dat homo's zich in ieder geval steeds onveiliger voelen. Of dat gevoel op werkelijkheid berust, is nog niet duidelijk, schrijft het NRC. « Doordat geweld tegen homoseksuelen in het verleden alleen incidenteel is onderzocht, is er geen langjarig overzicht. ».
Het opzoeken van homo's om ze in elkaar te slaan staat als misdrijf niet in het Belgische Wetboek van strafrecht.
In Nederland heeft men een proefproject opgezet bij een politiekorps waarbij sinds kort in de mogelijkheid wordt voorzien om discriminatie of homohaat in zijn computersysteem apart te registreren.
Veel slachtoffers doen immers niet eens aangifte, uit gêne of omdat ze het nut er niet van inzien. Onderzoekers denken dat het aantal aangiftes slechts het topje van de ijsberg is. Zij pleiten voor meer onderzoek.
In Antwerpen werden de coördinator van Het Roze Huis, Kenneth Mills, en zijn vriend onlangs op straat aangevallen en mishandeld. Een bewijs dat ook in Vlaanderen agressie tegen holebi's voorkomt. Ook in Brussel waren er verleden jaar diverse incidenten met holebi's, waarbij dikwijls allochtonen de holebi's viseerden.
« Het gedrag en de houding van bepaalde allochtone gemeenschappen ten aanzien van homoseksualiteit is diverser (lees negatiever) geworden. », aldus de nota « Homo emancipatiebeleid » van het tweede « paarse » kabinet in 2001 in Nederland
Graag had ik hieromtrent dan ook volgende vragen voorgelegd aan de geachte minister :
1. Hoeveel gevallen van fysiek geweld tegen holebi's werden er de laatste drie jaren vervolgd door het gerecht en kan de geachte minister de cijfers per gerechtelijk arrondissement geven ? Kan de minister deze evolutie toelichten ?
2. Hoeveel gevallen van verbaal geweld tegen holebi's werden er de laatste drie jaren vervolgd door het gerecht en kan de geachte minister de cijfers per gerechtelijk arrondissement geven ? Kan de geachte minister deze evolutie toelichten ?
3. Kan de geachte minister aangeven of er net zoals in Nederland een toename is van het aantal gevallen van fysiek en/of verbaal geweld vanuit bepaalde allochtone gemeenschappen en kan de geachte minister toelichten welke maatregelen zij zal treffen om deze feiten terug te dringen door bijvoorbeeld de strafwet aan te passen ?
4. Kan de geachte minister aangeven of zij voorstander is van een specifieke registratie bij de politie van het aantal gevallen van verbale en fysieke agressie ten aanzien van holebi's zoals in Nederland in één korps reeds het geval is en waarbij discriminatie of homohaat in het computersysteem apart wordt geregistreerd, waardoor deze feiten beter kunnen worden vervolgd door het gerecht ?
5. Kan de geachte minister aangeven in hoeverre agressie tegen holebi's een prioriteit is voor het college van procureurs-generaal en kan zij dit uitvoerig toelichten ?
6. Wanneer werd de agressie tegen holebi's het laatst op de agenda van het college van procureurs-generaal geplaatst ?
7. Kan de geachte minister toelichten welke specifieke richtlijnen er werden uitgevaardigd ten aanzien van de parketten om daden van agressie consistent en systematisch aan te pakken, waardoor de daders snel kunnen worden veroordeeld ?
Antwoord : 1 tot 3. Ik kan het geachte lid meedelen dat de gevraagde gegevens niet voorhanden zijn. De statistische analisten bij het College van procureurs-generaal kunnen gegevens in verband met correctionele inbreuken halen uit het informaticasysteem van de rechtbanken van eerste aanleg (TPI/REA). Voor de daden van verbale en fysieke agressie tegen holebi's bestaat er echter geen specifieke preventiecode.
Een ad hoc bevraging van de gerechtelijke autoriteiten om op uw vragen te antwoorden, lijkt me bijgevolg weinig opportuun. Dergelijke bevragingen leveren immers gegevens waarvan de betrouwbaarheid en het uniform karakter niet gegarandeerd kunnen worden. Anderzijds vertegenwoordigen zij voor de juridische diensten een bijkomende werklast, die weinig compatibel is met het efficiënt uitvoeren van hun basismissies.
Wel kan ik u erop wijzen dat het bestrijden van homofobie is opgenomen als één van de prioriteiten in mijn beleidsnota van 28 oktober 2005. Er wordt onder meer melding gemaakt van het feit dat er een wetenschappelijk onderzoek gaat worden uitgevoerd om de oorzaken van homofoob geweld in sommige grote steden en meer in het bijzonder Brussel te bepalen. Dit onderzoek is ondertussen van start gegaan en wordt gevoerd in samenwerking met het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding. De Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid zorgt voor de opvolging van het onderzoek en de organisatie van het begeleidingscomité.
De definitieve resultaten van bovenstaand onderzoek zullen worden verwacht tegen eind februari 2007. Op basis van deze resultaten zullen desgevallend verdere beleidsbeslissingen worden genomen. Het is immers belangrijk om geen voorbarige conclusies te trekken, maar eerder de resultaten van het onderzoek af te wachten.
4. Zoals reeds aangekondigd in mijn beleidsnota van 28 oktober 2005, is er een denkoefening opgezet in samenwerking met het College van procureurs-generaal over een nomenclatuur die het mogelijk maakt om de inbreuken van homofobe aard op optimale wijze te identificeren. Deze denkoefening heeft geresulteerd in een ontwerp van omzendbrief, dat op 29 mei ter goedkeuring werd voorgelegd aan het College van procureurs-generaal.
Wat betreft de concrete inhoud en structuur van de omzendbrief, heeft men zich in grote lijnen gebaseerd op de reeds bestaande richtlijn omtrent racisme en xenofobie (Omzendbrief nr. COL 6/2006 van het College van procureurs-generaal bij de hoven van beroep).
5 en 6. De agressie tegen holebi's kwam recentelijk — meer bepaald op 23 maart 2006 — nog aan bod op het College van procureurs-generaal onder mijn voorzitterschap, alwaar er een stand van zaken werd gegeven bij het ontwerp van de omzendbrief tegen homofoob geweld (zie antwoord op punt 4).
7. Tot op heden zijn er nog geen richtlijnen ten aanzien van de parketten uitgevaardigd om de daden van agressie tegen holebi's aan te pakken. Dit zal echter zeer binnenkort wel het geval zijn.