3-190 | 3-190 |
De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.
Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Uit een enquête van de FOD Economie blijkt dat 1,9 miljoen burgers nog nooit een computer hebben gebruikt. Tevens blijkt dat 2,6 miljoen landgenoten nog nooit op het internet hebben gesurft. Deze cijfers zijn onthutsend. Uit dezelfde enquête blijkt eveneens dat de digitale kloof vooral de inactieve bevolking treft. Zo'n 40 procent van de werklozen en twee derde van de 55-plussers hebben nog nooit van het internet gebruik gemaakt.
Eind oktober vernamen we in de pers dat er 17.000 pakketten van Internet voor iedereen waren verkocht. Dat staat in schril contrast tot de hoger aangehaalde cijfers inzake de digitale kloof. Een meer structurele aanpak is dan ook vereist. Onder meer het huidige duopolie inzake breedbandinternet zou moeten worden doorbroken.
Uit de enquête van de algemene directie Statistiek blijkt eveneens dat maar één op vijf internetgebruikers aan e-commerce of e-government doet. Ook deze cijfers zijn teleurstellend gezien de grote budgetten die aan e-government worden gespendeerd en omdat een aanzienlijk economisch potentieel onaangeroerd blijft.
De campagne met `Ginette' om de Belgen vertrouwd te maken met internethandel en computerbeveiliging heeft klaarblijkelijk onvoldoende effect gehad. In antwoord op een eerdere vraag verklaarde de minister dat hij een onderzoek zou laten uitvoeren naar de effecten en resultaten op lange termijn, om na te gaan of een vervolgcampagne wenselijk is.
Hoe reageert de minister op de onthutsende cijfers over het aantal Belgen dat nog nooit een computer heeft gebruikt en nog nooit op het internet heeft gesurft? Meent hij dat dit overeenstemt met zijn beleidsdoelstellingen? Welke maatregelen zal hij deze legislatuur nog treffen om deze 2,6 miljoen medeburgers alsnog op het internet te krijgen? Meent hij in het licht van de aangehaalde cijfers dat de campagne Internet voor iedereen succesvol is in het bereiken van werklozen en 55-plussers? Hoe gaat de minister deze doelgroepen concreet bereiken?
Is de minister het met mij eens dat het feit dat 40 procent van de werklozen nog nooit op het internet is geweest, hun kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk beperkt? Hoe reageert hij concreet als minister van Werk op deze cijfers? Hoeveel burgers die het pakket Internet voor iedereen hebben aangekocht maken ook gebruik van de opleiding die wordt aangeboden?
Wat zijn volgens de minister de redenen voor het beperkt aantal gebruikers inzake e-government en welke bijkomende maatregelen zal hij treffen? Vind hij dat er een bijkomende campagne moet worden gevoerd om de Belg te overtuigen van de veiligheid van e-commerce? Zo neen, waarom niet? Wat zijn de resultaten van het eerder aangekondigde onderzoek naar de effecten en de resultaten op lange termijn van de campagne met `Ginette'? Komt er een vervolg?
Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van minister Vanvelthoven.
De resultaten van de enquête die werd uitgevoerd door de algemene directie Statistiek van de FOD Economie, verrassen mij niet. Ze bevestigen grosso modo de cijfers van Fed-e-View, een studie die ik heb laten uitvoeren om de tevredenheid, de noden en de wensen van de burgers inzake de elektronische dienstverlening van de overheid te meten. De digitale kloof is een gegeven en er is nog werk aan de winkel om ze helemaal te dichten. Toch is er een positieve evolutie. In vergelijking met vorig jaar nam het aantal internetaansluitingen in België met 12,5% toe.
We zijn momenteel volop bezig met de uitvoering van de acties die zijn opgenomen in het nationaal actieplan Digitale Insluiting. Dit plan bevat 28 acties en gaat uit van drie krachtlijnen: sensibilisering, opleiding en toegang. Het stelt een allesomvattende aanpak voor van de strijd tegen de digitale kloof. De centrale doelstelling van dit actieplan bestaat erin de digitale kloof tijdens de komende vijf jaar met een derde te verkleinen. Naast de uitrusting van de huisgezinnen en de openbare toegang tot het internet zullen er doelgerichte initiatieven worden gelanceerd bestemd voor welbepaalde doelgroepen.
Een van die initiatieven is Internet voor iedereen. Van dit pakket werden inmiddels zo'n 21.097 exemplaren verkocht. Bovendien deelt de sector ons mee dat de verkoop van computers en toebehoren in het algemeen is gestegen als gevolg van de actie. Hiermee bereiken we dus onze doelstelling om meer mensen op het net te krijgen. Gelet op het succes hebben we besloten de actie met enkele maanden te verlengen.
Een ander initiatief dat de federale regering heeft opgestart, is het Easy-(e)-spacE-project waarmee we de toegang van kansarmen tot de kennismaatschappij mogelijk maken en bevorderen. In 2006 werden reeds dertig informaticaparken geïnstalleerd: zes in Brussel, twaalf in Wallonië en twaalf in Vlaanderen. Momenteel loopt er een projectoproep om dit netwerk uit te breiden naar 110 nieuwe ruimtes in 2007.
Nog dit jaar zullen we, in samenwerking met minister Dupont, een 130-tal openbare computerruimten inrichten om de publieke toegang tot het internet te verbeteren. In de loop van 2007 zullen er nog eens een 130-tal bij komen. Deze ruimten zal je aantreffen in bibliotheken, gemeentehuizen, werkgelegenheidsbureaus, ... De toegang tot het internet zal er gratis zijn.
Ten slotte zullen ook afgedankte overheidscomputers worden gerecycled en vervolgens tegen een lagere prijs doorverkocht. Deze gerecyclede computers zullen in de eerste plaats bestemd zijn voor de doelgroepen van het plan ter bestrijding van de digitale kloof: kansarme personen, werklozen, bejaarden, personen met een handicap, enzovoort.
Met Internet voor iedereen willen we in eerste instantie gezinnen met kinderen, senioren en jeugd stimuleren om een pc aan te schaffen en internet te gebruiken. We bereiken deze doelgroepen ook.
Een recente studie van het onderzoeksbureau InSites Consulting toont aan dat de sterkste groei in internetgebruik terug te vinden is bij senioren tussen 55 en 65 jaar oud. Binnen deze groep wordt maar liefst een stijging van 18% vastgesteld. Deze positieve evolutie kan ik alleen maar toejuichen. Zoals de studie van InSites eveneens aangeeft, is er echter een lage groei bij senioren ouder dan 65 jaar. Dat wordt bevestigd door Fed-e-View, de studie die ik zelf heb laten uitvoeren. We stellen vast dat de bevolkingsgroep ouder dan 65 jaar veel minder geïnteresseerd is in het ontvangen van informatie via mail vanwege de overheid en dat zij veel minder tijd besteden aan het surfen op het net.
Het is duidelijk dat werklozen hun kansen op de arbeidsmarkt kunnen verbeteren door kennis en ervaring op te bouwen in het gebruik van de moderne ICT-instrumenten, zoals internet. Precies daarom bevat het nationaal plan waarover ik u eerder sprak, een aantal acties die gericht zijn op werkzoekenden.
Bij het consortium met Telenet heeft 20% van de burgers die een pakket van Internet voor iedereen hebben aangekocht, ook de opleiding gevolgd. Voorlopig beschik ik nog niet over de cijfers van de andere consortia.
Wat het aantal gebruikers van e-government en e-commerce betreft, zou ik eerst het aantal van één internetter op vijf toch willen relativeren: e-government kan niet vergeleken worden met e-commerce; een online dienst gebruiken gebeurt niet op dezelfde manier als een product online kopen. De burgers verkiezen zo weinig mogelijk interactie met de regering. Daarom zijn het e-governmentbeleid en de budgetten ervoor altijd gericht geweest op een verbetering en een versterking van de back-office met een maximale uitwisseling tussen de overheidsdiensten en met automatische diensten, eerder dan onlinediensten te ontwikkelen waarbij de klant of het bedrijf telkens weer dezelfde gegevens op de formulieren moeten invullen.
Ik benadruk dat de studie van de FOD Economie alleen op burgers slaat en niet op bedrijven. Voor die laatste bestaan er veel toepassingen en ze worden veel gebruikt. Soms is de elektronische aangifte zelfs verplicht.
De studie handelt over het gebruik van onlinediensten, niet over de raadpleging van regeringswebsites, bijvoorbeeld voor het opzoeken van informatie. Zoals gezegd heb ik een studie laten uitvoeren over de noden en het gebruik op het vlak van e-government. Daaruit blijkt dat twee derde van de internetgebruikers het federaal portaal raadpleegt. Voor de gemeentelijke websites gaat het zelfs om 86%.
Men moet ook weten dat dit jaar bijna één miljoen belastingsaangiften elektronisch werden ingevuld, bijna 20% van het totaal aantal aangiften of het dubbele van vorig jaar. Het aantal gebruikers van e-government diensten neemt dus snel toe.
Dit gezegd zijnde, moeten we natuurlijk de belangstelling van de internet gebruikers blijven opwekken door het aantal beschikbare toepassingen op te drijven, in het bijzonder door de ontwikkeling van toepassingen met de eID en de verspreiding van eID-kaartlezers te bevorderen. Er moeten ook inspanningen geleverd worden door de andere beleidsniveaus, die heel wat meer interacties met de burger aanbieden dan de federale overheid. Dankzij ons samenwerkingsakkoord inzake e-government stellen wij onze e-Gov-componenten ter beschikking van de andere beleidsniveaus, in het bijzonder van de gemeenten, die op basis daarvan diensten kunnen ontwikkelen. Onze initiatieven hebben ook betrekking op de mensen die nog geen gebruik maken van het internet.
Informatisering van de samenleving, de tweede pijler van mijn beleid berust op een aantal maatregelen. Een daarvan is precies het verhogen van het veiligheidsgevoel op internet en het vertrouwen van de gebruikers.
Wat de veiligheid van e-commerce in het bijzonder betreft, verwijs ik naar collega Verwilghen, die hiervoor bevoegd is.
Vooralsnog is geen beslissing genomen over een eventuele voortzetting van de peeceefobiecampagne, al dan niet opnieuw met `Ginette' in de hoofdrol. Deze beslissing zal mede worden genomen op basis van de resultaten van een nieuwe enquête over het internetgebruik van de Belgen, een enquête die we elk jaar houden. De analyse van die resultaten wordt binnenkort voltooid.
Internetveiligheid of -onveiligheid is een zeer complexe materie, die onmogelijk te meten valt. Dat komt omdat de (on)veiligheid niet alleen afhangt van de cijfers over pakweg het aantal virusaanvallen, maar evengoed te maken heeft met de beleving van het probleem door de internetgebruikers en niet-gebruikers. Dat gezegd zijnde, denk ik wel dat initiatieven als Internet voor iedereen en peeceefobie een onmiskenbaar positief effect hebben gehad. Ik leid dat af uit het feit dat bijna de helft van de ondervraagde Belgen die vorig jaar geen computer en internet hadden, vandaag wel online gaan, alhoewel onveiligheid een van de voornaamste argumenten is om weg te blijven van de computer en het internet.
Kortom, onze waarschuwingen en adviezen worden aanhoord. Los van eventuele budgettaire beperkingen vind ik die vaststelling in ieder geval waardevol genoeg om door te gaan met onze campagnes.
Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Ik blijf erbij dat de kostprijs van de `Ginette'-campagne niet in verhouding staat tot wat ze opbrengt. Initiatieven als openbare computerruimten en het recyclen van pc's zijn zonder twijfel wel mooie initiatieven.
De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.
De volgende vergadering vindt plaats donderdag 30 november datum om 15 uur.
(De vergadering wordt gesloten om 19.45 uur.)