3-918/1

3-918/1

Belgische Senaat

ZITTING 2004-2005

18 NOVEMBER 2004


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 30 mei 1892 « sur l'hypnotisme », tot vaststelling van de Nederlandse tekst van dezelfde wet en tot invoeging van een artikel 377ter in het Strafwetboek

(Ingediend door de heer Wim Verreycken)


TOELICHTING


Nog altijd zijn er in dit land wetten en decreten van kracht, en zeker niet alleen uit het tijdperk van de Franse overheersing, waarvan de authentieke tekst alleen in het Frans is gesteld.

Het past de oude wetten, waarvan alleen een Franse tekst bestaat, stelselmatig aan te vullen met een authentieke Nederlandse tekst, na in de oorspronkelijke tekst de nodige terminologische en actualiserende verbeteringen te hebben aangebracht.

De tekst die de indieners met dit voorstel onder de aandacht van de wetgevende macht wensen te brengen heeft betrekking op de wet van 30 mei 1892 op het hypnotisme. Een wet die een zeer sombere bijklank heeft gekregen na de dramatische afloop in de zaak van de verdwijning van Ann en Eefje.

De wet van 30 mei 1892 op het hypnotisme (loi sur l'hypnotisme), die nog niet uitdrukkelijk werd gewijzigd, luidt in het Frans als volgt :

« Loi du 30 mai 1892 sur l'hypnotisme.

Art. 1er. ­ Quiconque aura donné en spectacle une personne hypnotisée par lui-même ou par autrui, sera puni d'un emprisonnement de quinze jours à six mois et d'une amende de vingt-six francs à mille francs.

Art. 2. ­ Sera puni d'un emprisonnement de quinze jours à un an et d'une amende de vingt-six francs a mille francs; quiconque aura hypnotisé une personne n'ayant pas atteint l'âge de vingt et un ans accomplis ou n'étant pas saine d'esprit, s'il n'est docteur en médecine ou muni d'une autorisation de gouvernement.

L'autorisation ne sera valable que pour un an : elle sera révocable et pourra toujours être suspendue.

En cas de concours avec les infractions punies par les dispositions légales concernant l'art de guérir, la peine prononcée par le présent article sera seule appliquée.

Art. 3. ­ Sera puni de la réclusion quiconque aura, avec une intention frauduleuse ou à dessein de nuire, fait écrire ou signer par une personne hypnotisée un acte ou une pièce énonçant une convention, des dispositions, un engagement, une décharge ou une déclaration. La même peine sera appliquée à celui qui aura fait usage de l'acte ou de la pièce.

Art. 4. ­ Les dispositions du chapitre VII du livre 1er et l'article 85 du Code pénal sont applicables aux infractions prévues par la présente loi. »

In het Strafwetboek van de Wetboeken van Story wordt deze wet vertaald als volgt :

« Wet van 30 mei. 1892 op het hypnotisme.

Art. 1. ­ Al wie een door hemzelf of door iemand anders gehypnotiseerd persoon ten tonele voert, wordt gestraft met gevangenisstraf van 15 dagen tot 6 maanden en met geldboete van zesentwintig tot duizend frank.

Art. 2. ­ Al wie een persoon die de leeftijd van vollie eenentwintig jaar niet heeft bereikt of niet gezond van geest is, hypnotiseert, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig tot duizend frank, indien hij geen doctor in de geneeskunde is of geen toelating van de regering bezit.

De toelating is slechts geldig voor een jaar : ze kan ingetrokken en altijd opgeschort worden.

In geval van samenloop met de misdrijven die door de wettelijke bepalingen betreffende de geneeskunst strafbaar zijn gesteld, wordt slechts de door het vorig (sic) artikel bepaalde straf toegepast.

Art. 3. ­ Al wie, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk om te schaden, een akte of een stuk waarin een overeenkomst, schikkingen, een verbintenis, een schuldbevrijding of een verklaring wordt opgenomen, door een gehypnotiseerde persoon doet schrijven of ondertekenen, wordt gestraft met opsluiting. Dezelfde straf wordt toegepast op hem die van de akte of van het stuk gebruik maakt.

Art. 4. ­ De bepalingen van hoofdstuk VII van boek I en artikel 85 van het Strafwetboek zijn toepasselijk op de door deze wet bepaalde misdrijven. ».

Dit wetsvoorstel strekt ertoe de authentieke Nederlandse tekst vast te stellen van de genoemde wet, die werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 4 juni 1892. Het voorziet tevens in een actualisering ervan.

Ten slotte maakt het ook een strafverzwaring mogelijk in geval van aanranding van de eerbaarheid en verkrachting van een persoon onder hypnose.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

Dit artikel bevat de voorgestelde authentieke Nederlandse tekst van de genoemde wet.

Artikel 1 van de voorgestelde tekst van de wet op het hypnotisme geeft een andere vertaling van de woorden « donner en spectacle » dan de niet-officiële vertalingen, die voor « ten tonele voeren » hebben gekozen. In dit voorstel viel de keuze op « in een voorstelling te kijk stellen ». « Ten tonele » voeren roept het beeld op van een toneel, een schouwburg. « Voeren » wekt de indruk dat de gehypnotiseerde moet verplaatst worden. Het is, volgens de Franse tekst van de wet, duidelijk strafbaar iemand die in de zaal zit te hypnotiseren en allerlei kunstjes te laten uitvoeren, zonder dat deze persoon van zijn plaats opstaat.

Er wordt bovendien een tweede lid toegevoegd dat « suggestie » gelijkstelt met hypnose. De praktijk toont immers aan dat het bestaande verbod op hypnose voor vermaaksdoeleinden wordt omzeild door gewiekste charlatans, die zich beroepen op zogeheten suggestie.

In artikel 2 van de nieuwe wettekst wordt de beoefening van hypnose vergunningsplichtig gemaakt.

De leeftijdsgrens van eenentwintig jaar in artikel 2 moet verlaagd worden tot achttien jaar, de leeftijd van de meerderjarigheid. Het was inderdaad de bedoeling van de wetgever van 1892 om een aparte regeling uit te werken voor minderjarigen (Pasinomie, 1892, blz. 239) en psychisch gestoorden.

In een nieuw artikel 3 van de voorgestelde wettekst wordt bepaald dat de vergunning enkel kan worden verleend aan medici en psychologen.

In artikel 5 van de voorgestelde tekst wijken we opnieuw of van de bestaande bepalingen. Niet enkel het doen opstellen van akten en stukken onder hypnose, maar logischezwijs alle feiten die oplichting kunnen uitmaken (cf. artikel 470 van het Strafwetboek) worden strafbaar gesteld.

Dit artikel moet ook aangepast worden aan de wet tot afschaffing van de doodstraf en tot wijziging van de criminele straffen. Er moet vermeld worden dat het opsluiting van vijf tot tien jaar betreft.

Artikel 3

Dit artikel voegt een artikel toe aan het Strafwetboek, waardoor de straffen voor de in boek I, titel VII, hoofdstuk V bedoelde misdrijven (aanranding van de eerbaarheid en verkrachting) kunnen worden verzwaard, indien ze gepleegd worden jegens een persoon onder hypnose.

Wim VERREYCKEN.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

De Nederlandse tekst van de wet van 30 mei 1892 op het hypnotisme wordt vastgesteld als volgt :

« Wet van 30 mei 1892 op het hypnotisme.

Art. 1. ­ Hij die een persoon die door hemzelf of door iemand anders werd gehypnotiseerd, in een voorstelling te kijk stelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro.

Met hypnose wordt gelijkgesteld het onder invloed van suggestie laten uitvoeren van handelingen of het laten uitspreken van woorden, die een persoon onder gewone omstandigheden niet zou stellen of uitspreken.

Art. 2. ­ Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot duizend euro wordt gestraft hij die personen hypnotiseert zonder hiervoor een vergunning van de regering te hebben bekomen.

Indien de gehypnotiseerde niet de volle leeftijd van achttien jaar heeft bereikt of niet gezond van geest is, wordt de strafmaat van het eerste lid verdubbeld.

Art. 3. ­ Een vergunning zoals bedoeld in vorig artikel kan enkel verleend worden door de regering, aan de titularissen van een wettelijk diploma van dokter in de genees-, heel- en verloskunde of van de academische graad van arts. Deze vergunning kan ook verleend worden aan de houders van de titel van psycholoog, omschreven in de wet van 8 november 1993, indien de aanvrager ook een erkende bijscholing kan aantonen.

De vergunning is maar geldig voor een jaar; zij kan worden herroepen en kan altijd worden geschorst.

Art. 4. ­ In geval van samenloop met de misdrijven waarop straf is gesteld door de wettelijke bepalingen betreffende de uitoefening van de geneeskunde, worden de in artikel 2 gestelde straffen verdubbeld.

Art. 5. ­ Met opsluiting van vijf tot tien jaar wordt gestraft hij die met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden een gehypnotiseerde persoon hetzij gelden, waarden, roerende voorwerpen, schuldbrieven, biljetten, promessen of kwijtingen afhandig maakt, hetzij de ondertekening of afgifte afdwingt van enig stuk dat een overeenkomst, beschikkingen, een verbintenis, een schuldbevrijding of een verklaring inhoudt. Dezelfde straf wordt toegepast op degene die met bedrieglijk opzet gebruik maakt van het aldus verkregen voordeel.

Art. 6. ­ De bepalingen van hoofdstuk VII en van artikel 85 van het Strafwetboek zijn van toepassing op de misdrijven in deze wet omschreven. »

Art. 3

In het Strafwetboek wordt een artikel 377ter ingevoegd, luidende :

« Art. 377ter. ­ In de gevallen bepaald in dit hoofdstuk kan het minimum van de bij die artikelen bepaalde straffen worden verdubbeld in geval van gevangenisstraf en met twee jaar worden verhoogd in geval van opsluiting, indien de misdaad of het wanbedrijf wordt gepleegd jegens een persoon die onder hypnose verkeert. »

Art. 4

Deze wet treedt in werking op de eerste dag van de vierde maand na die waarin ze is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

26 oktober 2004.

Wim VERREYCKEN.