3-583/1

3-583/1

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

25 MAART 2004


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening

(Ingediend door de heer Didier Ramoudt)


TOELICHTING


Dit voorstel beoogt het stelsel inzake openingsuren van winkels te flexibiliseren. Het moet echter worden gelezen in de geest van de initiele wet van 24 juli 1973. De huidige regeling kwam tot stand als een sociale wetgeving ter bescherming van de ondernemers en de medewerkers. Het is dus geenszins de bedoeling te vervallen in een onverkorte 24-ureneconomie waar geen regels meer gelden qua termijn. De basisfilosofie van de wet is hier gerespecteerd. Het sociaal leven van de zelfstandige wordt gewaarborgd.

Zelfstandigen, zeer kleine ondernemingen en KMO's zijn uitermate belangrijk in de sector van de werkgelegenheid, op het vlak van economische groei, ... Kortom, het zijn volwaardige economische spelers. Toch staan tal van juridische, administratieve en fiscale belemmeringen de economische groei van zelfstandigen en KMO's in de weg.

De huidige maatschappelijke context is volop in verandering. De toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt, de verscheidenheid aan tewerkstellingsvormen, de samenstelling van gezinnen en het stijgend aantal tweeverdiengezinnen, ... zorgen ervoor dat de behoefte werd ontwikkeld ook buiten de normale openingsuren bepaalde producten te kunnen aanschaffen. Leef-, werk- en consumptiepatronen evolueren. Het huidige stelsel van verplichte sluitingsuren sluit met andere woorden niet langer aan bij de maatschappelijke realiteit.

Het bestaan van nachtwinkels, automatische verkooppunten, elektronische handel, internet, ... bevestigen de nood aan invulling van een dergelijke behoefte. België telt vandaag ongeveer 300 nachtwinkels, vooral in grote steden. Men stelt echter vast dat dit fenomeen ook daarbuiten ingang vindt. Ook het veelvuldig bezoek aan tankstationwinkels langs autosnelwegen is een manifestatie van deze maatschappelijke behoefte. Dergelijke winkels bieden 24 uur op 24 uur service aan de klanten. Het gebruik beperkt zich lang niet tot passanten.

Krachtens de wet van 24 juli 1973 op de verplichte avondsluiting geldt de algemene regel van een verplichte nachtsluiting tussen 20 uur's avonds en 5 uur 's ochtends. Er werd in een uitzondering voorzien voor de vrijdag en de dagen voorafgaand aan een wettelijke feestdag. Op die dagen mag een winkel zijn deuren openen van 5 uur 's ochtends tot 9 uur 's avonds. De huidige reglementering laat de handelaars toe hun winkel gedurende 15 uur per dag te openen, dit evenwel binnen de aangegeven grenzen.

Dit wetsvoorstel beperkt de maximaal toegestane openingsduur per dag tot 13 uur, dit om de concurrentiedruk op de kleine winkelier te verminderen en op die manier de levenskwaliteit van de handelaars te waarborgen. De huidige totale openingsduur per week van 91 uur wordt verminderd tot 78 uur.

Die maximale openingsduur tot 13 uur per dag zorgt ervoor dat de handelaar zich niet kan richten tot ieder publiek. De winkelier kan enkel drie van de volgende vier doelgroepen aanspreken : ochtendpubliek, namiddagpubliek, avond- of nachtpubliek. Dit zorgt ervoor dat het argument dat de flexibilisering van de openingsuren de concurrentie tussen de handelaars zou versterken, wordt ontkracht.

Er dient tevens te worden opgemerkt dat dit voorstel geenszins de verplichting inhoudt om 13 uur per dag te openen. Het geeft de handelaars enkel en alleen de mogelijkheid de winkel te openen volgens de eigen inzichten. De voorgestelde versoepeling van de openingsuren laat de handelaars toe in te spelen, volgens hun persoonlijke mogelijkheden, op de specifieke behoeften en marktniches. De huidige wetgeving biedt deze mogelijkheid niet, waardoor in sommige sectoren heel wat opportuniteiten verloren gaan.

Uit een studie van de Europese Commissie blijkt dat de gemiddelde wekelijkse openingstijd in de detailhandel in de Europese Unie 56 uur bedraagt. België kent, met een gemiddelde openingstijd van 67 uur, van alle Europese landen de langste wekelijkse openingstijd in de detailhandel. Een beperking van de openingsuren tot 13 uur per dag biedt bijgevolg de mogelijkheid wekelijks 11 uur langer dan gemiddeld de winkel te openen.

Bovendien toont onderzoek van onder meer Test-Aankoop, UNIZO, UCM, NSZ, LVZ, aan dat zowel de meeste consumenten als producenten tevreden zijn met de huidige regeling. Het merendeel van de burgers is ruim tevreden met de huidige openingsuren van de winkels in België. Een verdere evolutie naar een 24-ureneconomie lijkt bijgevolg niet te vrezen. Een loutere flexibilisering van de huidige regeling kan aanleiding geven tot een vereenvoudiging van de wetgeving omtrent de uitzonderingen. Winkeliers kunnen hun openingsuren regelen in overeenstemming met de economische noodwendigheden voor hun beroep zonder de in artikel 8 van de huidige wet voorziene complexe procedure te doorlopen.

Het voorstel komt tegemoet aan de doelstelling de levenskwaliteit van de winkeliers te waarborgen en te verhogen én het comfort van de consument te maximaliseren. Zelfstandigen krijgen de mogelijkheid hun beroepsleven te combineren met een kwaliteitsvol gezinsleven, persoonlijke ontplooiing, ...

Internationale ervaring leert overigens dat liberalisering van de winkeltijden leidt tot lagere prijzen, meer verbruik, dus meer omzet en meer tewerkstelling. Dat laatste is vooral van belang voor laaggeschoolde arbeiders. Bovendien toont onderzoek naar de Zweedse ervaring aan dat de versoepeling van de winkeltijden niet ten koste gaat van kleine winkels, zelfs eerder het tegendeel kan worden aangetoond.

In een verslag over de werking van de productie- en kapitaalmarkten in de EU, riep de Europese Commissie reeds eind de jaren '90 op tot meer concurrentie, tot een hervorming van de regelgeving en tot het verbeteren van de doeltreffendheid van de groot- en kleinhandel om aldus te komen tot lagere prijzen en een groter aanbod van goederen en diensten voor de consument. Restricties inzake openingstijden remmen volgens de Commissie die doelstellingen af. Er wordt dan ook gepleit voor soepeler openingsuren. Dit wetsvoorstel komt hieraan tegemoet.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Artikel 2

In de logica van het wetsvoorstel dient het opschrift te worden aangepast.

Artikel 3

De huidige regeling inzake de sluitingsuren wordt vervangen door één algemene regel, die stelt dat de maximale openingsduur per dag 13 uur bedraagt. Dit heeft tot gevolg dat niet langer een apart regime voor nachtwinkels vereist is. De openingsuren zijn door de handelaars vrij te kiezen, winkels kunnen zowel overdag, tijdens de avond en/of 's nachts hun deuren openen.

Artikel 4

De logica van dit voorstel volgend, is er geen reden om een winkel die 's avonds of 's nachts open is, anders te behandelen dan een overdag geopende winkel.

Artikelen 5 en 6

Vermits de verplichte avondsluiting niet langer van toepassing is, is er geen plaats meer voor afwijkingen die de gemeente toekent.

Artikel 7

Het voorstel legt niet langer een verplichte avondsluiting op maar wel een maximale openingsduur. Artikel 9 van de wet moet dan ook conform deze logica worden aangepast.

Artikel 8

Het flexibiliseren van de openingsuren vereist een controlemechanisme om overtredingen en misbruik van de wet tegen te gaan. Deze procedure is analoog aan hoofdstuk IV van de wet van 22 juni 1960 tot invoering van een wekelijkse rustdag in nering en ambacht teneinde de uniformiteit op het vlak van regelgeving te respecteren.

Didier RAMOUDT.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

In het opschrift van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening worden de woorden « verplichte avondsluiting » vervangen door de woorden « maximale openingsduur ».

Art. 3

Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 29 juli 1999, wordt vervangen als volgt :

« Art. 2. ­ De maximaal toegelaten openingsduur bedraagt 13 uur per dag. Binnen die periode staat het de handelaar vrij zijn openingsuren te bepalen. »

Art. 4

Artikel 4bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 29 januari 1999, wordt opgeheven.

Art. 5

Artikel 6 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 6

Artikel 7 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 7

In artikel 9, § 2, tweede lid, derde zin, van dezelfde wet, wordt in fine het zinsdeel « ; de dagen en uren waarvoor afwijking van de wet wordt gevraagd. » vervangen door het zinsdeel « ; de redenen waarom men wil afwijken van de maximale openingsduur. »

Art. 8

In dezelfde wet wordt een artikel 9bis ingevoegd, luidende :

« Art. 9bis. ­ § 1. De exploitant dient aangifte te doen van openingsuren aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente op wier grondgebied zijn ambachts- of handelsinrichting is gevestigd.

§ 2. De aangifte vermeldt :

1º de naam, de voornaam, de woonplaats en het beroep van de exploitant of, wanneer het een vennootschap betreft, de handelsnaam of firma, alsmede de namen, voornamen, hoedanigheid en woonplaats van de personen die met het dagelijks beheer zijn belast;

2º het inschrijvingsnummer van de exploitant in het handelsregister, behalve wanneer de exploitant een ambachtsman is die niet tot die inschrijving gehouden is;

3º de juiste ligging van de bedoelde inrichting;

4º de gekozen openingsuren.

§ 3. De declarant legt aan de gemeenteoverheid een of meer borden voor, bestemd om de gekozen openingsuren bekend te maken. Op die borden wordt de zegel van de gemeente aangebracht en de datum van de aangifte vermeld.

§ 4. Elke wijziging in de keuze van de openingsuren moet voorafgaandelijk worden aangegeven op de in de §§ 2 en 3 bepaalde vorm en wijze.

Geen nieuwe aangifte mag evenwel worden ingediend zolang niet een termijn van ten minste zes maanden sedert de vorige aangifte verlopen is.

§ 5. De gemeentebesturen houden een register van de aangiften en hun wijzigingen bij. Die registers zijn openbaar en kunnen zonder verplaatsing geraadpleegd worden.

§ 6. Het in § 3 bedoelde bord moet op duidelijke wijze worden aangebracht en van buiten zichtbaar zijn. »

8 maart 2004.

Didier RAMOUDT.