3-337/1

3-337/1

Belgische Senaat

ZITTING 2003-2004

17 NOVEMBER 2003


Wetsvoorstel tot opheffing van de wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de civiele lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, alsook van de wet van 7 mei 2000 houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid en een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent

(Ingediend door de heer Frank Creyelman c.s.)


TOELICHTING


Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 30 mei 2002 in de Senaat werd ingediend (stuk Senaat, nr. 2-1175/1 ­ 2001/2002).

Wij stellen vast dat bijna elke begrotingsopmaak aanleiding geeft tot een verhoging van de aan de koninklijke familie toegekende financiële middelen. Het jongste decennium ontstond zelfs een inflatie aan dotaties die totaal niet in verhouding staat met de traditie. De globale dotatie aan de koninklijke familie is sinds 1993 met ruim 59 % gestegen.

De Grondwet bepaalt nochtans nergens dat leden van de koninklijke familie aanspraak kunnen maken op een dotatie. Toch besliste de vorige regering Prins Laurent een jaarlijkse dotatie van 272 682 euro toe te kennen of een maandelijkse niet-belastbare bezoldiging van 22 806 euro. Toch werd eveneens beslist om Prinses Astrid een dotatie toe te kennen om haar representatieve taken als voorzitter van het Belgisch Rode Kruis te vergoeden. Dat brengt de dotaties aan de voltallige koninklijke familie op een bedrag van 10 255 355 euro.

De Belgische koninklijke familie is niet bepaald de fanfare van honger en dorst. De persoonlijke goederen van de koninklijke familie zijn van enig niveau. Officieel wordt het persoonlijk vermogen van Koning Albert geschat op 12,5 miljoen euro. Bij die officiële versie vergeet men gemakshalve enkele onroerende goederen te vermelden. Bij het overlijden van Koning Boudewijn stond er evenwel 300 miljoen euro op buitenlandse banken geparkeerd, vooral om de aanzienlijke Belgische successierechten te omzeilen. Buitenlandse overzichten gewagen zelfs van een persoonlijk familiefortuin van bijna 2,5 miljard euro.

De historische wortels van dit familiefortuin zijn terug te brengen tot de koloniale activiteiten in Congo en de verwevenheid van de koninklijke familie met de Société Générale en met enkele buitenlandse banken, die discreet maar vastberaden de belangen van de koninklijke familie bij alle grote Belgische financiële transacties verdedigen. Het volstaat te zeggen dat de eerste koning der Belgen niet tot de rijkste adellijke families van Europa behoorde en dat het tot Leopold II heeft geduurd eer de basis van het fortuin van de Saksen-Coburgs werd gelegd. De basis voor het koninklijk fortuin ligt wel degelijk in Congo en de schandalige manier waarop het werd verworven is een historisch gegeven.

Aangezien de koninklijke familie via de koninklijke schenking, de civiele lijst en een via de Belgische Staat gegenereerd familiefortuin over voldoende middelen beschikt om haar rol verder te vervullen, is het niet meer dan logisch dat de aanvullende dotaties aan de koninklijke familie tot nul worden herleid.

Frank CREYELMAN.
Wim VERREYCKEN.
Anke VAN DERMEERSCH.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

De wet van 16 november 1993 houdende vaststelling van de civiele lijst voor de duur van de regering van Koning Albert II, tot toekenning van een jaarlijkse en levenslange dotatie aan Hare Majesteit Koningin Fabiola en van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, gewijzigd bij de wet van 7 mei 2000, wordt opgeheven.

Art. 3

De wet van 7 mei 2000 houdende toekenning van een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Filip, een jaarlijkse dotatie aan Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Astrid en een jaarlijkse dotatie aan Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Laurent, gewijzigd bij de wet van 13 november 2001, wordt opgeheven.

Art. 4

Deze wet treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

4 november 2003.

Frank CREYELMAN.
Wim VERREYCKEN.
Anke VAN DERMEERSCH.