2-235 | 2-235 |
De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Bij de bomspotting te Kleine Brogel werden burgers die het militair domein betraden, administratief aangehouden. Tegelijk werden toeschouwers die buiten het domein wandelden, door de politie samengedreven, waardoor ze gedwongen werden het samenscholingsverbod te overtreden. Dat noemt uitlokking en is onaanvaardbaar.
Uit beelden en getuigenissen blijkt dat bij een betoging te Brugge voor het Lappersfortbos zowel betogers als toeschouwers en perslui `preventief' bestuurlijk werden aangehouden wegens verstoring van de openbare orde. Ik zie niet in hoe dat kan. Dat is een contradictio in terminis. (Uitroepen van het Vlaams Blok en de VLD)
Ik heb het niet over de beslissing tot ontruiming van het Lappersfortbos. Dat is een juridische beslissing. In bepaalde gevallen werd de aanhouding verricht op basis van uiterlijke kenmerken en vooringenomenheid van schuld, gebruikten de gezagsdragers methodes die tot de gerechtelijke aanhouding behoren, zoals het nemen van vingerafdrukken, maakten ze zich schuldig aan mishandelingen, gebruikten ze scheldwoorden en provoceerden ze zelfs. Van enkele van deze feiten was ik zelf getuige.
De betogers werden op dezelfde hardhandige wijze aangepakt als de bezetters van een privé-terrein, ook al had de commissaris meegedeeld dat er mocht worden betoogd op voorwaarde dat geen schade zou worden aangericht, wat trouwens niet gebeurde. Ook hiervan was ik getuige. Dit politieoptreden is dan ook onaanvaardbaar. De vrije meningsuiting werd niet gerespecteerd. Natuurlijk was er geen toelating voor de betoging, want het ging om een spontane betoging.
Het antwoord dat de minister in de Kamer heeft gegeven, volstaat niet. De politie weet hoe ze met betogingen moet omspringen. Dat is zeker niet op deze manier. Daarom kreeg ik graag een kort en duidelijk antwoord op volgende specifieke vragen, dus niet in verband met de betonblokken.
Wie is in beide gevallen politiek en administratief verantwoordelijk: de minister van Binnenlandse Zaken, de plaatselijke burgemeester of nog iemand anders? Waarop steunt het verschil in aanpak? Heeft de minister een overzicht gevraagd van de feiten, de orders en de reglementering? Kan hij daarvan een overzicht geven? Is de minister van oordeel dat het Comité P dit moet onderzoeken en daaruit conclusies trekken? Het is al toch te gemakkelijk naar dat Comité te verwijzen als men er geen conclusies aan wil verbinden.
In de interpolitiezones dragen de burgemeesters verantwoordelijkheid over de federale politie. Een nieuwe reglementering ter zake is dan ook vereist, zodat de politie weet hoe ze met de orders van de plaatselijke burgemeester moet omgaan.
De heer Antoine Duquesne, minister van Binnenlandse Zaken. - Bij het beoordelen van een politieoptreden moeten we voorzichtig zijn. Ik beoordeel heel streng. We moeten echter ernstig blijven. Vaak zijn de betogers gevaarlijker.
Op de eerste vraag kan ik antwoorden dat in beide gevallen de plaatselijke burgemeester de politieke en administratieve eindverantwoordelijke is. In beide gevallen hebben de burgemeesters overigens uitstekend werk geleverd.
In Kleine Brogel ging het om een betoging op de openbare weg. Vermoed werd dat de betogers zich desnoods met geweld toegang zouden verschaffen tot het militair domein. De politie diende de orde dan ook te handhaven of te herstellen.
Ik geef een overzicht van de feiten te Kleine Brogel. Omstreeks 14 uur ontvingen de politiediensten de informatie dat een massale actie niet meer te verwachten was en dat de manifestanten alleen in kleine groepjes zouden proberen het terrein binnen te dringen. Omstreeks 17 uur kwamen deze bewegingen inderdaad op gang. Daarbij werden 1.295 personen aangehouden, onder wie vier tegenbetogers die gerechtelijk werden aangehouden wegens verboden wapendracht en weerspannigheid. De aangehouden personen werden vanaf 19 uur vrijgelaten, maar wegens het grote aantal duurde het tot 21 uur voor iedereen vrij was.
Ik ben de mening toegedaan dat de politiediensten geen verwijt treft over hun optreden in Kleine-Brogel. Ik belast het Comité P dus niet met een onderzoek. Niets belet de heer Maertens echter zelf het Comité P aan te schrijven of de Senaat te vragen dit te doen.
De heer Michiel Maertens (AGALEV). - Ik dank de minister voor zijn antwoord, maar wil er toch op wijzen dat de politie in Brugge geweld heeft gecreëerd bij manifestanten die zelf geen geweld gebruikten. Daar was ik zelf getuige van. Ik zeg niet dat de politie bloemen moet uitdelen; ik zeg alleen dat ze inzake gebruik van geweld niet het voorbeeld moet geven. De orders waren trouwens heel duidelijk. Een plaatselijke commissaris zegde mij vóór de betoging dat er geen geweld zou worden gebruikt als er geen schade werd aangericht. Dat manifestanten roepen en tieren is normaal en daar moet de politie mee weten om te gaan.
Er moeten duidelijke richtlijnen worden gegeven over de te verrichten aanhoudingen en over de manier waarop de betrokkenen worden verhoord. Niemand mag worden uitgescholden. Omstanders op het trottoir die niet eens hun mond opendoen, mogen niet in elkaar worden geslagen. Het ging niet over jonge, maar over oudere mensen.
Het kan ook niet dat de politie, zoals in Kleine-Brogel, mensen samendrijft om ze het samenscholingsverbod te doen overtreden. Daarover ben ik bezorgd. Zoiets kan men niet maken.