2-271

2-271

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 20 FÉVRIER 2003 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Demande d'explications de M. Hugo Vandenberghe au ministre de l'Intérieur sur «le renforcement de la protection contre les actes de terrorisme» (nº 2-965)

M. le président. - M. Didier Reynders, ministre des Finances, répondra au nom de M. Antoine Duquesne, ministre de l'Intérieur.

M. Hugo Vandenberghe (CD&V). - Je reprends la phrase historique du ministre : « Il s'agit d'une question de foi ». En effet. Tout à l'heure, j'ai posé une question au ministre de la Justice et c'est le ministre des Finances qui a répondu. Maintenant que je pose une question au ministre de l'Intérieur, c'est le ministre des Finances qui répond. C'est un gouvernement de la sainte Trinité, donc une question de foi.

M. Didier Reynders, ministre des Finances. - La preuve, monsieur Vandenberghe, c'est que lorsqu'on interroge le ministre des Finances, c'est encore le ministre des Finances qui répond.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Een aantal landen uit de Golfregio heeft de Belgische regering gevraagd hun ambassades in Brussel extra te beschermen. Deze vraag is ingegeven door een duidelijke vrees dat bepaalde locaties het doelwit kunnen worden van terroristische aanslagen, onder meer in het geval het Iraakse conflict zou escaleren. Volgens bepaalde persartikels bestaan er ook plannen om het Belgische leger de Amerikaanse ambassade in Brussel en het SHAPE-complex in Henegouwen te laten bewaken.

Zijn er vandaag objectieve aanwijzingen dat in België een aantal ambassades een verhoogd risico op aanslagen loopt, of gaat het om preventieve acties die louter zijn ingegeven door een grote mate van voorzichtigheid? Er is rechtspraak gepubliceerd waaruit blijkt dat de Belgische Staat aansprakelijk kan gesteld worden indien hij niet de aangepaste bewakingsmaatregelen neemt in het licht van de potentiële bedreiging ontstaan door de internationale toestand.

Op grond van welke criteria zal worden beslist welke plaatsen extra bescherming behoeven? Met andere woorden, heeft de regering een concreet draaiboek om de extra beveiliging aan te wenden? Hoe gebeurt het overleg terzake?

Als ambassades het doelwit van aanslagen kunnen vormen, dan kunnen ook andere strategische locaties zoals luchthavens, treinstations en overheidsgebouwen in het vizier van terroristen komen te liggen. Worden er vandaag al maatregelen genomen om kwetsbare punten extra te beveiligen? In Nederland heeft de regering twee weken geleden bijvoorbeeld al beslist om de marechaussee en het leger in te zetten om strategische plekken zoals tunnels, bruggen en elektriciteitscentrales te bewaken en te beschermen.

Hoe zullen de bewakings- en beschermingstaken worden verdeeld tussen politie en leger?

Hoeveel manschappen zullen er worden ingezet om in de beveiliging te voorzien?

In welke mate dient het Belgische leger een rol te spelen bij de bescherming van de Amerikaanse ambassade en het SHAPE-complex? Doorgaans zorgen de Amerikanen immers voor hun eigen beveiliging.

Kan de Minister een overzicht geven van alle maatregelen die in België reeds werden genomen met het oog op de bescherming tegen en preventie van het terrorisme?

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - U heeft zeven vragen gesteld, ik lees u namens de minister van Binnenlandse zaken de zeven antwoorden.

Uit informatie vanwege de politie- en inlichtingendiensten blijkt dat er momenteel geen verhoogde dreiging bestaat ten aanzien van de ambassades in kwestie of andere gebouwen en/of instellingen. Niettemin worden er voorbereidingen getroffen teneinde deze gebouwen en/of instellingen te kunnen beveiligen wanneer er elementen bestaan die hier aanleiding toe geven.

Er is inderdaad een plan opgesteld waarin de verschillende gebouwen en instellingen opgenomen zijn. Wanneer aan de hand van concrete elementen een bepaald niveau van dreiging bereikt wordt, zullen de daaraan gekoppelde maatregelen toepassing krijgen. Het bepalen van dit niveau zal in onderling overleg gebeuren tussen de afgevaardigden van de verschillende betrokken federale overheidsdiensten en inlichtingendiensten.

Uit informatie waarover de politie- en inlichtingendiensten momenteel beschikken, bestaat er geen concrete dreiging ten aanzien van die punten. Wel is het zo dat er een zekere waakzaamheid vanwege de politiediensten en beveiligingsdiensten aan de dag gelegd wordt om verdachte elementen en gedragingen te kunnen waarnemen.

De FOD Binnenlandse Zaken en Defensie hebben een protocol afgesloten. Het leger zal dan ondersteuning kunnen bieden aan de politiediensten voor bewakingsopdrachten wanneer de capaciteit van de politiediensten onvoldoende is. De leiding moet echter steeds door de betrokken politiedienst worden waargenomen.

In antwoord op uw vijfde vraag kan ik onmogelijk een precies aantal geven. Dit zal afhangen van de omstandigheden op dat ogenblik.

De beveiliging door de Amerikanen geldt niet voor de openbare weg. Daarvoor zijn de Belgische politiediensten bevoegd. Het protocolakkoord bepaalt dat het leger mee ingezet kan worden voor de bescherming van de Amerikaanse ambassade en andere bedreigde punten.

Omwille van evidente veiligheidsredenen kan ik geen overzicht geven van de maatregelen die genomen worden.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik begrijp dat de minister mijn laatste vraag niet in het openbaar kan beantwoorden, maar ik stel de vraag als parlementslid. Tot bewijs van het tegendeel wordt een parlementslid niet geacht een potentieel terrorist te zijn.

De heer Didier Reynders, minister van Financiën. - Ik beschik over geen informatie over de terroristische activiteiten van de heer Vandenberghe. Ik zal de minister van Binnenlandse Zaken vragen in een andere procedure te voorzien en de informatie eventueel in commissie te verschaffen.

-L'incident est clos.