Burden-sharing van de klimaatdoelstellingen
(wetgevingsdossier nr. 6-253)

6/2/2017

De klimaatdoelstellingen van de Europese Unie verplichten België de uitstoot van broeikasgassen met 15% te verminderen en ervoor te zorgen dat 13% van het energiegebruik afkomstig is van hernieuwbare bronnen. Vermits de gewesten en de federale overheid hierin een rol spelen, moeten de doelstellingen worden verdeeld tussen verschillende overheden (burden-sharing). Om te vermijden dat een volgend intra-Belgisch klimaatakkoord opnieuw jaren zou aanslepen, formuleert de Senaat in een informatieverslag aanbevelingen, zoals de oprichting van een interparlementair overlegorgaan of de opwaardering van de Nationale Klimaatcommissie tot een 'center of excellence'.

Tegen 2020 legt de Europese Unie haar lidstaten bindende klimaatdoelstellingen op: de 2020 Climate & Energy Package. Tegen die datum moet ons land de uitstoot van de broeikasgassen ten opzichte van 2005 met 15% verminderen en moet 13% van het totaal energiegebruik afkomstig zijn van hernieuwbare bronnen.

Aangezien de gewesten de belangrijkste rol spelen voor het klimaatbeleid, moest België deze doelstellingen verdelen tussen de federale, Vlaamse, Waalse en Brusselse overheden: de zogenaamde burden-sharing. Na 6 jaar onderhandelen werd op 4 december 2015 een intra-Belgisch klimaatakkoord bereikt, de basis van het samenwerkingsakkoord van 26 oktober 2016.

Ondertussen heeft de Europese Unie de klimaatdoelstellingen al geactualiseerd tot 2030 en moeten de nieuwe doelstellingen opnieuw worden verdeeld tussen de verschillende entiteiten van ons land, wat nieuwe onderhandelingen vergt. Om deze toekomstige besprekingen efficiënter te maken zodat de discussies niet opnieuw jaren hoeven aan te slepen, heeft de Senaat een informatieverslag opgesteld over het besluitvormingsproces en aanbevelingen te geformuleerd om dat proces te verbeteren.

26 aanbevelingen

Eerst hield de Commissie Transversale aangelegenheden - Gewestbevoegdheden hoorzittingen met experten van de federale, Brusselse, Vlaamse en Waalse overheidsdiensten, alsook met Europese experten, de Federale Raad voor Duurzame Ontwikkeling en het Platform Klimaatrechtvaardigheid (de Klimaatcoalitie). Tegelijkertijd werd de historiek van de onderhandelingen geanalyseerd en werd vergeleken hoe andere federale staten de burden-sharing aanpakken.

De Senaat heeft uiteindelijk een lijst met 26 aanbevelingen aangenomen.

De Senaat daarin pleit voor een grotere parlementaire betrokkenheid en roept op om een interparlementair overlegorgaan op te richten waar leden van de Kamer, de Senaat en de gewestparlementen minstens 2 keer per jaar het klimaatbeleid en de al dan niet geboekte vooruitgang bespreken.

Verder beveelt de Senaat aan om de Nationale Klimaatcommissie te versterken en er ook een 'center of excellence' over het klimaat van te maken.

Ten slotte roept de Senaat de gewesten en de federale overheid op om te streven naar maximale coherentie in het klimaatbeleid. Daarbij moet het mutualiteitsprincipe worden toegepast. Hierbij gaat elke entiteit na wat de impact is van een maatregel op het klimaatbeleid van de andere entiteit en handelt zij zodanig dat de effectiviteit van de maatregelen van alle andere beleidsniveaus wordt versterkt.

Procedure

Suggesties?

Geïnteresseerden kunnen hun opmerkingen en voorstellen kenbaar maken aan de commissieleden via het emailadres comregint@senate.be

De Senaat kan een informatieverslag opstellen over een vraagstuk dat eveneens gevolgen heeft voor de bevoegdheden van de gemeenschappen of de gewesten (op grond van artikel 56, tweede lid, van de Grondwet). Bij de voorbereiding van het informatieverslag kan de betrokken commissie hoorzittingen organiseren. Nadat de Senaat een informatieverslag heeft aangenomen, wordt het verslag meegedeeld aan de regeringen en de voorzitters van de andere assemblees. Het kan ook steeds worden geraadpleegd op de website van de Senaat.