1.1. Waar vind ik algemene informatie over de Senaat ?
1.2. Waar vind ik informatie over (internationale) ontmoetingen ?
1.3. Waar vind ik informatie over colloquia ?
1.4. Waar vind ik informatie over activiteiten voor het grote publiek ?
1.5. Is er een rubriek met informatie voor jongeren en kinderen ?
1.6. Wie is wie in de Senaat ?
1.7. Kan ik de plenaire zitting live volgen ?
1.8. Kan ik de Senaat bezoeken ?
1.9. Waar vind ik informatie over aanwervingen bij de Senaat ?
1.10. Welke documentatie kan ik raadplegen op de website ?
1.11. Waar vind ik de agenda van de commissies ?
1.12. Waar vind ik de agenda van de plenaire vergadering ?
1.13. Over welke zoekmogelijkheden in de documenten beschik ik op deze site ?
1.14. Welke voordrachten en benoemingen doet de Senaat ?
1.15. Hoe contacteer ik de Senaat, de senatoren of de politieke fracties?
1.16. Hoe kan ik wetgevingsstukken opzoeken ?
1.17. Waar vind ik meer informatie over parlementaire vragen ?
1.18. Mag ik de foto's op de site downloaden?
1.19. Mag ik de teksten overnemen ?
2.1. Welke rol vervult de Senaat ?
2.1.1. Welke rol vervult de Senaat ?
2.1.2. Kan de Senaat onderzoekscommissies instellen ?
2.1.3. Welke onderzoekscommissies werden er sedert 1950 door de Senaat ingesteld ?
2.1.4. Hoe kan de Senaat uitleg vragen aan de regering ?
2.2. Hoe is de Senaat georganiseerd ?
2.2.1. Welke bevoegdheden heeft het bureau ?
2.2.2. Welke taken vervullen de commissies ?
2.2.3. Wat doet de plenaire vergadering ?
2.2.4. Waarom is er een onderverdeling in taalgroepen ?
2.2.5. Welke fracties zijn er in de Senaat ?
2.2.6. Waar vind ik het reglement van de Senaat ?
2.3. Wat is de rol van de Belgische Senaat op internationaal niveau ?
2.3.1. Wat zijn de bevoegdheden van de Senaat inzake internationale betrekkingen ?
2.3.2. Wat is de rol van de Commissie voor Buitenlandse betrekkingen en Landsverdediging ?
2.3.3. Wat is de taak van het Federaal adviescomité voor Europese Aangelegenheden ?
2.3.4. In welke interparlementaire vergaderingen heeft de Senaat een afvaardiging ?
2.4. Waar vind ik statistische gegevens over de Senaat ?
3.1. Wat zijn de kenmerken van het Belgische kiessysteem ?
3.1.1. Hoeveel kieskringen telt ons land ?
3.1.2. Hoe verdeelt men de stemmen in zetels ?
3.1.3. Aan welke voorwaarden moet men voldoen om tot senator verkozen te worden ?
3.1.4. Een senator kan pas de eed afleggen na onderzoek van de geloofsbrieven. Waarom onderzoekt men die ?
3.1.5. Om de hoeveel tijd komen er nieuwe verkiezingen ?
3.2. Waar vind ik informatie over de kiesresultaten voor de Senaat ?
4.1. Is er documentatie beschikbaar over de geschiedenis van de Senaat ?
4.2. België evolueerde van een unitaire naar een federale staat: hoe verhoudt de Senaat zich tot de parlementen van gemeenschappen en gewesten ?
4.3. Waarom is het interieur van de Senaat rood en dat van de Kamer groen ?
4.4. Waar vind ik meer informatie over de geschiedenis van het Paleis der Natie ?
5.1. Vragen over het parlementaire statuut
5.1.1. Zijn er onverenigbaarheden bij het uitoefenen van een parlementair mandaat ?
5.1.2. Wat houdt de parlementaire immuniteit in ?
5.1.2.1 Wat verstaat men onder parlementaire onverantwoordelijkheid ?
5.1.2.2. Wat verstaat men onder parlementaire onschendbaarheid ?
5.1.3. Hoe wordt een senator vergoed ?
5.2. Worden alle senatoren volgens dezelfde procedure aangewezen ?
5.2.1. Hoeveel rechtstreeks verkozen senatoren telt de Senaat ?
5.2.2. Wat zijn gemeenschapssenatoren ?
5.2.3. Wat zijn gecoöpteerde senatoren ?
5.2.4. Wie zijn de senatoren van rechtswege ?
5.3. Wie is de voorzitter van de Senaat ?
5.4. Hoe is het Bureau van de Senaat samengesteld ?
5.5. Wat zijn de taken van de Quaestoren ?
5.6. Welke commissies en werkgroepen bestaan er en wie zijn hun leden ?
6.1 Wat bedoelt men met bekrachtiging en afkondiging van wetten door de Koning ?
6.2. Blijven de senatoren van rechtswege ook senator na het overlijden van de
Koning ? 6.3. Kan de Koning zelf een wetsontwerp indienen ?
6.4. Gelden voor de senatoren van rechtswege dezelfde regels als voor de andere senatoren?
7.1. Hoe worden wetten gemaakt?
7.2. Wie oefent de wetgevende macht uit ?
7.3. Wat bedoelt men met zuiver bicamerisme / zuiver bicamerale wetten ?
7.4. Wanneer heeft men het over optioneel bicamerisme / optioneel bicamerale wetten ?
7.5. Wat zijn monocamerale aangelegenheden / monocamerale wetten ?
7.6. Wanneer treedt een wet in werking ?
7.7. Hoe kan ik weten of een ontwerp dat in de Kamer werd goedgekeurd, geëvoceerd werd in de Senaat ?
7.8. Hoe worden het aanwezigheids- en het stemmingsquorum bepaald ?
8.1. Kan ik het Parlement bezoeken ?
8.2. Kan ik een plenaire - of commissievergadering bijwonen ?
9.1. Hoe kan ik mij abonneren op publicaties van de Senaat ?
9.2. Hoe kan mij abonneren op het E-zine van de Senaat ?
9.3. Kan ik mij abonneren op de parlementaire stukken ? (wetsontwerpen, wetsvoorstellen, amendementen, commissierapporten)
9.4. Hoe kan ik een gratis abonnement op het tijdschrift van de Senaat aanvragen ?
9.5. Kan ik een elektronische versie van het tijdschrift van de Senaat consulteren ?
9.6. Kan ik het geschiedenisboek van de Senaat aanvragen ?
9.7. Kan ik het fotoboek kopen ?
Ja, indien het copyright van de Senaat vermeld wordt.
Opgelet
: het copyright van een foto kan ook bij een derde persoon/organisatie
berusten. Dit wordt steeds vermeld. U dient desgevallend contact op te nemen
met deze persoon/organisatie.
Ja, mits vermelding copyright.
De activiteiten van de plenaire vergadering zijn divers en worden bepaald door de politieke agenda. In plenaire vergadering worden de wetsontwerpen, wetsvoorstellen, voorstellen van resolutie, aanbevelingen en andere teksten besproken nadat ze in de bevoegde commissies werden behandeld. De stemming vindt meestal plaats op donderdagnamiddag. Over het geheel van de voorliggende wet wordt gestemd door middel van een electronische naamstemming. De donderdagnamiddagzitting wordt echter steeds ingeluid door het vragenuurtje, wanneer de parlementsleden mondelinge vragen kunnen stellen aan de leden van de regering.
Elke Kamer wordt opgedeeld in twee taalgroepen. Deze opdeling is belangrijk, omdat de zogenaamde bijzondere wetten niet alleen dienen te worden aangenomen met een tweederde meerderheid, maar ook met een meerderheid in elke taalgroep.
In de Senaat bestaat de Nederlandse taalgroep uit de 25 senatoren die werden verkozen in het Nederlandse kiescollege, de 10 senatoren die werden aangewezen door het Vlaamse Parlement en de 6 gecoöpteerde Nederlandstalige senatoren, 41 senatoren in totaal. De 15 senatoren verkozen in het Franse kiescollege, de 10 senatoren aangewezen door het Parlement van de Franse Gemeenschap en de 4 gecoöpteerde Franstalige senatoren, vormen samen de Franse taalgroep, zijnde 29 leden in totaal. De senator aangewezen door het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap noch de senatoren van rechtswege maken deel uit van een taalgroep.
Om tot volksvertegenwoordiger of senator verkozen te kunnen worden, is de Belgische nationaliteit vereist, en dient men bovendien het volle genot van de burgerlijke en politieke rechten te hebben, de leeftijd van 21 jaar te hebben en in België te verblijven.
Deze verkiesbaarheidsvoorwaarden zijn exhaustief; de Grondwet laat niet toe dat andere verkiesbaarheidsvoorwaarden bij wet worden bepaald.
Na de verkiezingen worden de geloofsbrieven van de verkozenen onderzocht. Overeenkomstig artikel 48 van de Grondwet onderzoekt elke Kamer soeverein de geloofsbrieven van haar leden en beslecht zij de geschillen die daaromtrent rijzen. Deze bepaling verzet zich tegen elk toezicht door de rechterlijke macht. Het Arbitragehof en het Hof van Cassatie hebben steeds geweigerd met betrekking tot het onderzoek van de geloofsbrieven een rol te spelen.
Het onderzoek van de geloofsbrieven heeft een dubbele doelstelling : enerzijds wordt nagegaan of de verkozenen aan alle verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoen, anderzijds wordt erop toegezien dat de verkiezingen hebben plaatsgevonden in overeenstemming met de geldende regels.
Klachten betreffende de verkiezingen moeten worden ingediend vóór de aanvang van het onderzoek van de geloofsbrieven.
De federale Kamers worden verkozen voor een periode van 4 jaar. In werkelijkheid worden zij doorgaans vervroegd ontbonden. Het ontbindingsbesluit bevat ook de oproeping van de kiezers binnen 40 dagen en de bijeenroeping van de Kamers binnen 2 maanden.
De Grondwet voorziet in twee mogelijkheden van vervroegde ontbinding, de automatische ontbinding en de ontbinding door de Koning.
De federale Kamers worden automatisch ontbonden wanneer de wetgevende macht een verklaring tot herziening van de Grondwet aanneemt. Aangezien het Belgische staatsbestel de jongste decennia gekenmerkt wordt door permanente institutionele hervormingen, is deze vorm van ontbinding de courante praktijk geworden.
De Koning heeft het recht om de Kamers te ontbinden bij het ontslag van de federale regering wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers hiertoe haar instemming verleent. De Koning kan eveneens de Kamers ontbinden wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers een motie van vertrouwen heeft verworpen of een motie van wantrouwen heeft aangenomen zonder aan de Koning een nieuwe eerste minister voor te dragen.
De vervroegde ontbinding van het Parlement door de Koning is dus het gevolg van een politieke crisis. Dergelijke crises vloeien doorgaans voort uit een breuk in de regeringscoalitie. De politieke meerderheid kent dan niet langer de nodige cohesie om de regering te steunen. Doorgaans trekt de regering, vooraleer zij door de Kamer van volksvertegenwoordigers in minderheid wordt gesteld, zelf haar conclusies en biedt ze de Koning haar ontslag aan.
Vóór de grondwetsherziening van 1993 kon de Koning het Parlement vervroegd ontbinden om om het even welke reden, zo bijvoorbeeld wanneer het moment politiek geschikt werd geacht om verkiezingen plaats te laten vinden.
De kleuren die in beide assemblees worden gebruikt (rood voor de Senaat, groen voor de Kamer) zijn een afspiegeling van de kleuren die in het Britse Parlement worden gebruikt. Het House of Commons (lagerhuis) wordt gekenmerkt door groen en het House of Lords door het rood. Waarom heeft het Belgisch Parlement die kleuren overgenomen ? Heel simpel : vanwege de democratische parlementaire traditie in het Verenigd Koninkrijk, en omdat de eerste echtgenote van onze eerste vorst, Leopold I, de prinses van Wales was (kort na het huwelijk overleden; Leopold I is achteraf getrouwd met onze eerste koningin, Louise-Marie van Orléans).
Het groen in het House of Commons gaat in de Engelse traditie terug tot de vroege middeleeuwen. De vorst (koning) liet zijn wetten stemmen in een weide (vandaar de groene kleur). Achteraf ontstond een parlement (House of Commons) waar de burgers van de steden zetelden. Die groene kleur werd overgenomen en de macht van de Koning teruggeschroefd.
Het rood van het House of Lords gaat nog verder terug in de geschiedenis. De Romeinse Senaat (Senatus Populusque Romanus, SPQR) was oorspronkelijk in rood versierd. Het House of Lords heeft (thans nog steeds) een aristocratische inslag. De rode kleur duidt op de samenstelling van die assemblee : voornamelijk leden uit de adel en de kerk (rood is een aristocratische kleur). Bij zijn ontstaan was de Belgische Senaat ook een instelling waar hoofdzakelijk leden die het cijnsrecht betaalden, zitting hadden (dwz adel en hoge burgerij).
De Kamers gaan niet systematisch na welke mogelijke onverenigbaarheden in hoofde van hun leden zouden kunnen bestaan. Niettemin worden de nieuw verkozen leden bij het begin van hun mandaat uitdrukkelijk op het bestaan van de terzake geldende regels gewezen. Het is aan de leden zelf om hun persoonlijke toestand na te kijken en in voorkomend geval aan één of meer mandaten te verzaken.
Een aantal mandaten wordt automatisch beëindigd zodra het parlementslid de parlementaire eed aflegt. Een voorbeeld hiervan, te vinden in het Kieswetboek, bestaat erin dat een regionaal of communautair parlementslid automatisch aan zijn ambt verzaakt zodra hij federaal parlementslid wordt (vanzelfsprekend met uitzondering van de gemeenschapssenatoren).
Een eerste reeks van onverenigbaarheden is gebaseerd op het principe van de scheiding der machten. Artikel 50 van de Grondwet voorziet in een onverenigbaarheid tussen het parlementaire mandaat en het ambt van federaal minister. De grondwettelijke tekst bepaalt dat een parlementslid dat door de Koning tot minister wordt benoemd en de benoeming aanneemt, ophoudt zitting te hebben en zijn mandaat pas weer opneemt wanneer de Koning een einde heeft gemaakt aan het ministerambt. Deze onverenigbaarheid geldt ook voor de staatssecretarissen.
De parlementsleden mogen evenmin titularis zijn van bepaalde andere staatsambten. Zij mogen geen ambtenaar of bezoldigd werknemer van de federale overheid zijn, noch lid van de raad van bestuur van een autonoom overheidsbedrijf dat van de Staat afhangt. Zij kunnen evenmin een rechterlijk ambt waarnemen.
Een ambtenaar die werd verkozen als federaal parlementslid, heeft echter wel recht op politiek verlof en dient geen ontslag te nemen.
De wet heeft ook onverenigbaarheden vastgesteld tussen de mandaten van de verschillende politieke niveaus. Aldus kunnen federale parlementsleden niet te zelfdertijd zetelen als gemeenschaps- of gewestmandataris, noch lid zijn van een gemeenschaps- of gewestregering.
Een belangrijke uitzondering bestaat voor de 21 gemeenschapssenatoren, voor wie de meervoudige hoedanigheid eigen is aan hun statuut.
Er is tevens een onverenigbaarheid voor de federale parlementsleden met het mandaat van Europees parlementslid.
Daarentegen bestaat er geen onverenigbaarheid tussen het parlementaire mandaat en een lokaal mandaat, behalve voor de gemeenschapssenatoren, die geen mandaat van burgemeester, schepen of OCMW-voorzitter mogen bekleden.
De wetgever heeft de cumulatiemogelijkheden voor volksvertegenwoordigers en senatoren beperkt. De betrokkenen mogen, naast het parlementaire mandaat, slechts één bezoldigd uitvoerend mandaat uitoefenen. De wet viseert zowel lokale politieke mandaten (burgemeester, schepen, OCMW-voorzitter) als bepaalde mandaten binnen publieke of privaatrechtelijke instellingen, in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een politieke collectiviteit.
De wet stelt geen algemene onverenigbaarheid in tussen, enerzijds, het parlementaire mandaat en, anderzijds, functies die worden uitgeoefend binnen vennootschappen of privaatrechtelijke instellingen, inzonderheid handelsvennootschappen.
Het statuut van parlementslid wordt beschermd om een vrije en onbelemmerde uitoefening van het mandaat mogelijk te maken. De bescherming ligt hoofdzakelijk vervat in twee waarborgen, die door de Grondwet worden bepaald.
De eerste waarborg, de zogenaamde parlementaire onverantwoordelijkheid, is een absolute maar in draagwijdte beperkte immuniteit (artikel 58 van de Grondwet). De parlementsleden kunnen in geen geval, zelfs na afloop van de zittingsperiode of van hun mandaat, vervolgd worden omwille van een mening of een stem uitgebracht naar aanleiding van hun parlementaire functie.
De tweede waarborg, aangeduid met de term parlementaire onschendbaarheid, is daarentegen relatief maar in draagwijdte onbeperkt (artikel 59 van de Grondwet). Deze waarborg geldt enkel voor de duur van de zittingsperiode en beschermt het parlementslid dat wordt vervolgd.
In de praktijk ziet men echter dat de Koning de zittingsperiode pas een dag vóór de opening van de volgende sluit (tweede dinsdag van oktober). Hierdoor is het regime van de parlementaire onschendbaarheid de facto van kracht gedurende de volledige duur van het mandaat, evenwel met uitzondering van de korte intervallen tussen de zittingsperiodes in.
Het regime van de parlementaire onschendbaarheid kent drie facetten.
Vooreerst kunnen alleen ambtenaren van het openbaar ministerie vervolgingen tegen parlementsleden instellen.
Vervolgens gaan de onderzoeksmaatregelen gepaard met een aantal bijzondere waarborgen. Dwangmaatregelen waarvoor het optreden van een rechter is vereist, kunnen alleen worden bevolen door de eerste voorzitter van het hof van beroep. De aanwezigheid van de voorzitter van de parlementaire assemblee is vereist voor de huiszoeking en de inbeslagneming. Bovendien kan het betrokken lid in elke stand van het onderzoek aan de betrokken Kamer vragen de vervolging te schorsen. Deze mogelijkheid biedt een verweermogelijkheid tegen elke kwaadwillige vervolging, ingegeven door politieke overwegingen.
Ten slotte vereisen bepaalde procedurehandelingen de voorafgaandelijke toelating van de betrokken assemblee. Dat is het geval voor de verwijzing naar of de rechtstreekse dagvaarding voor een hof of een rechtbank, alsook voor de aanhouding. Elk vooronderzoek daarentegen ontsnapt aan de voorafgaande toelating van de vergadering. De parlementaire onschendbaarheid dient dus niet te worden opgeheven voor verhoren, confrontaties met getuigen, telefoontap, huiszoekingen, inbeslagnemingen, enz.
Het verzoek tot opheffing van de parlementaire onschendbaarheid wordt gesteld door de procureur-generaal bij het hof van beroep van het betrokken rechtsgebied.
De commissie Justitie in de Senaat of de bijzondere commissie Vervolging in de Kamer van volksvertegenwoordigers, onderzoekt of het verzoek niet moet worden geweigerd omdat de feiten onbetekenend zijn of een louter politiek karakter vertonen. De commissie maakt dan een verslag over aan de plenaire vergadering, die de definitieve beslissing neemt.
De parlementaire onschendbaarheid kan echter niet worden ingeroepen bij ontdekking op heterdaad.
De hechtenis van een parlementslid of zijn vervolging voor een hof of een rechtbank wordt tijdens de zittingsperiode geschorst indien de Kamer waarvan het lid deel uitmaakt, het vordert.
De vergoeding van een parlementslid is gebaseerd op de aanvangswedde van een Staatsraad bij de Raad van State en bedraagt momenteel bruto 6.894 euro per maand. Bovendien ontvangt het parlementslid een forfaitaire vergoeding voor beroepskosten van 28% op de basisvergoeding.
Fiscaal wordt het parlementslid gelijkgesteld aan een zelfstandige. In plaats van een inhouding voor de bedrijfsvoorheffing moet het parlementslid daarom elk trimester een voorafbetaling doen.
Voor het pensioen wordt een bijdrage van 8,5% op de wedde ingehouden (in
de Senaat verhoogd met een forfaitair bedrag van 18,59 euro) en in de
pensioenkas van de assemblee gestort. Het pensioen staat in verhouding tot de
duur van het mandaat en bedraagt maximum 75% van de basisjaarvergoeding.
Wanneer het zogeheten plafond
Wyninckx
(72.480,72) bij cumul met andere pensioenen is overschreden, wordt het
parlementair pensioen in verhouding verminderd.
Inhoudingen voor de partij verschillen volgens politieke partij en soms zelfs binnen eenzelfde partij. Deze afdrachten zijn fiscaal niet aftrekbaar.
Voor het verlofgeld wordt het ambtenarensysteem gevolgd. Het verlofgeld bedraagt 92% van de maandelijkse vergoeding.
Het parlementslid heeft geen eigen sociaal statuut. Bij niet-herkiezing krijgt het parlementslid geen werkloosheidsvergoeding, maar wel een uittredingsvergoeding die overeenkomt met 2 maanden per jaar uitgeoefend mandaat (met een maximum van 48 maanden over een volledige carrière gerekend). Die uittredingsvergoedingen worden in maandelijkse schijven betaald voor zover de betrokkenen geen onverenigbare functie uitoefenen, zoals bv. provinciegouverneur.
Het parlementslid kan gratis gebruik maken van het openbaar vervoer en krijgt ook een verplaatsingsvergoeding. In het parlement beschikt hij of zij over een kantoor. Het parlementslid wordt bijgestaan door een administratief assistent en een halftijdse universitaire medewerker.
Schriftelijke vraag 2-1342 van senator Van Quickenborne d.d. 11 juni 2001:
"(...) 4.Enkel de « kinderen van de Koning » kunnen senator van rechtswege worden vanaf de leeftijd van achttien jaar (stemgerechtigd vanaf éénentwintig). Uit de parlementaire besprekingen van dit artikel 72 blijkt dat sommigen meenden dat bij interpretatie deze bepaling ook geldt voor kleinkinderen van de Koning. Reeds in 2004 zou deze vraag zich kunnen opwerpen, omdat dan een kleinkind van de Koning de meerderjarige leeftijd zal bereiken. Wie zal in zo'n geval uitsluitsel kunnen bieden over de vraag of de betrokken prins gerechtigd is te zetelen in de Senaat ? Zal de regering een wetgevend initiatief nemen op dit vlak om deze situatie te verduidelijken, of zal het de Senaat zelf zijn die, naar analogie van het onderzoek van de geloofsbrieven, een beslissing neemt ?
5. Voor het eerst sinds het ontstaan van België kennen we een situatie waarbij er meer dan één senator van rechtswege actief is. Wat gebeurt er met de andere senatoren van rechtswege indien het staatshoofd wordt opgevolgd ? Worden zij geacht van rechtswege ontslag te hebben genomen of blijven zij in functie ? Welke andere modaliteiten moeten er in acht genomen worden ?(...)"
Antwoord van de Eerste Minister :
"(...)4. Artikel 72 van de Grondwet spreekt duidelijk en alleen van « de kinderen van de Koning ». Bijgevolg dient geen wetgevend initiatief te worden genomen om een aangelegenheid te verduidelijken die reeds in de Grondwet is geregeld.
5. Zelfde antwoord als onder 4.(...)"
Een persoonlijk wetsontwerp van de Koning is in de huidige grondwettelijke toestand nagenoeg uitgesloten. Niet vergeten dat elke handeling (dus ook een wetsontwerp) van de Koning door een minister moet medeondertekend (aanvaard) worden (zie grondwetsart. 106).
De enige tekst die specifiek over de situatie van de senatoren van rechtswege gaat, is artikel 72 van de Grondwet. Dus gelden in principe alle regels inzake de status van senator ook voor de senatoren van rechtswege. De parlementaire traditie staat echter aanpassingen toe, gelet op de bijzondere positie van de prinsen en prinses.
Zo leggen de senatoren van rechtswege bijvoorbeeld wel de eed af in de Senaat (ze leggen de eed overigens slechts eenmaal af en niet telkens na verkiezingen...), maar men onderzoekt hun geloofsbrieven niet; zij kunnen aanspraak maken op de parlementaire vergoeding, maar hebben die vergoeding tot op heden nooit gevraagd; zij vallen onder de regeling van de parlementaire onverantwoordelijkheid ("freedom of speech"), maar de traditie verplicht de senatoren van rechtswege tot terughoudendheid; zij hebben stemrecht (vanaf de leeftijd van achttien jaar), maar men gaat er vanuit dat ze er nooit gebruik van zullen maken... Sinds de grondwetsherziening van 1993 wordt daarenboven geen rekening meer gehouden met de senatoren van rechtswege voor het bepalen van het quorum. Ten slotte maken zij geen deel uit van een taalgroep of van een politieke fractie.
Het stelsel van de onverenigbaarheden geldt in principe ook voor de senatoren van rechtswege. De senatoren van rechtswege vallen eveneens onder de toepassing van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen (Stuk Senaat, 2-289/7, blz. 9 à 12).
In België wordt de Wetgevende Macht gezamenlijk uitgeoefend door de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat en de Koning. Aangelegenheden die de staatsstructuur en de instellingen aanbelangen, worden door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat op voet van gelijkheid behandeld. In de andere gevallen is de tussenkomst van de Senaat facultatief en heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers het laatste woord.
Inmiddels werden vele bevoegdheidsdomeinen aan de Gemeenschappen en Gewesten toevertrouwd. Voor die aangelegenheden zijn het de respectieve deelstaatparlementen die de Wetgevende Macht vormen.
1. De "klassieke" manier (met parlementaire documenten): indien de Senaat het ontwerp evoceert, verschijnt een stuk "Ontwerp geëvoceerd door de Senaat"; indien de evocatietermijn verstrijkt zonder dat de Senaat evoceert, verschijnt een stuk "Ontwerp niet geëvoceerd door de Senaat" (dat meteen het laatste stuk van de parlementaire procedure is).
2. Praktischer en veel sneller is de opzoeking via onze website. Je gaat naar "Wetgevingsdossiers", neemt het zoekformulier en vult bijvoorbeeld- het Kamernummer in (of het opschrift). Zo kom je bij de dossierfiche over het wetsontwerp terecht, waar je alle informatie vindt over de chronologie (wanneer is het ontwerp in de Kamer aangenomen, naar de Senaat overgezonden, ...), de stand van het dossier ("evoceerbaar", "geëvoceerd", "niet-geëvoceerd") en de termijnen (tot wanneer kan het ontwerp geëvoceerd worden, of -na evocatie- tot wanneer loopt de onderzoekstermijn voor de Senaat). Je vindt er ook links naar de de hierboven vermelde parlementaire stukken.
Aanwezigheidsquorum : De vergadering kan enkel tot een besluit komen indien de meerderheid van de leden aanwezig zijn (namelijk 36 leden op 71), overeenkomstig artikel 46 van het Reglement van de Senaat. Er wordt geen rekening gehouden met de senatoren van rechtswege om het aanwezigheidsquorum te bepalen.
Stemmingsquorum : Tenzij tegengestelde grondwettelijke, wettelijke of reglementaire bepaling, wordt elk besluit genomen met volstrekte meerderheid van stemmen. In geval van verdeeldheid van stemmen wordt het in overweging genomen voorstel verworpen (art. 47 van het Reglement van de Senaat).