A. Hoe worden wetten gemaakt ?

  1. Indiening

    Een volksvertegenwoordiger of een senator dient een wetsvoorstel in. De Regering dient een wetsontwerp in, samen met het advies van de Raad van State. Een wetsvoorstel dat in Kamer of Senaat werd aangenomen, heet ook wetsontwerp.
  2. In overwegingneming

    Wetsvoorstellen moet men eerst in overweging nemen, d.w.z. beslissen of het voorstel wordt besproken.
    Wetsontwerpen moeten niet in overweging worden genomen.
  3. Behandeling in commissie
    Slechts af en toe is een 'binnenkomende tekst' zo dringend of eenvoudig dat de plenaire vergadering hem zelf rechtstreeks behandelt. Meestal gaat hij voor bespreking naar commissie. Een commissie bestaat uit een beperkt aantal senatoren die de politieke krachtsverhoudingen van de plenaire vergadering weerspiegelen.Haar voornaamste opdracht is op een bepaald terrein wetsontwerpen en wetsvoorstellen onderzoeken.De commissie kan de tekst ongewijzigd aannemen, amenderen (= wijzigen) of verwerpen.Een rapporteur stelt het commissierapport op.
  4. Behandeling in plenaire vergadering


    resultaat van de stemming

    In de plenaire vergadering kunnen alle senatoren zich uitspreken over de tekst. Zij kunnen de tekst ongewijzigd aannemen, amenderen (= wijzigen) of verwerpen.

  5. Koninklijke bekrachtiging en afkondiging

     

    Z.M. Koning Albert II

    Copyright Foto : FOD Kanselarij van de Eerste Minister - Algemene Directie Externe Communicatie - Copyright Fotograaf : J.-P. Van der Elst

    Voor hij wet wordt, moet de aangenomen tekst voor bekrachtiging (= ondertekening) naar de Koning.
    De bekrachtiging gaat gepaard met de afkondiging door de Koning (artikel 109 van de Grondwet).

  6. Bekendmaking in het Belgisch Staatsblad
    De wet treedt in werking de 10de dag na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, behalve wanneer de wet zelf een andere datum van inwerkingtreding bepaalt.

B . Welke wetgevingsprocedures zijn er in de Senaat ?

altijd bij de Kamer
  • monocamerale wetsontwerpen
  • gedeeltelijk bicamerale wetsontwerpen van de Regering
  • gedeeltelijk bicamerale wetsontwerpen overgezonden door de Senaat
  • wetsvoorstellen van volksvertegenwoordigers
altijd bij de Senaat
  • wetsontwerpen tot instemming met internationale verdragen
  • gedeeltelijk bicamerale wetsontwerpen overgezonden door de Kamer die worden geëvoceerd door de Senaat
  • wetsvoorstellen van senatoren
bij Kamer en Senaat
  • volledig bicamerale wetsontwerpen

1. Volwaardig tweekamerstelsel / Volledig bicamerale wetten (artikel 77 van de Grondwet) -> worden aangenomen door de Kamer, de Senaat en de Koning

Voor de federale basiswetgeving staan de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat op voet van gelijkheid. Dit wil zeggen dat wetsontwerpen en wetsvoorstellen pas goedgekeurd zijn, wanneer beide Kamers een identieke tekst hebben aangenomen. Grosso modo kan men de wetten die hieronder vallen, in de volgende groepen onderbrengen:

a. De fundamentele institutionele regels :
b. De wetten in verband met de Belgische internationale betrekkingen zoals :
c. De wetten waarbij ingestemd wordt met samenwerkingsakkoorden tussen de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten.
d. De wetten betreffende de Raad van State, het Arbitragehof, en de organisatie van de hoven en rechtbanken.

De lijst van integraal bicamerale aangelegenheden kan bij bijzondere wet worden uitgebreid.

2. Optionele bicamerale wetten (artikel 78 van de Grondwet) -> worden aangenomen door de Kamer, eventueel de Senaat en de Koning

Voor een groot deel van de federale wetgeving heeft de Senaat een beperktere bevoegdheid. De wetsontwerpen (van de regering) die op deze domeinen betrekking hebben, worden in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend. Wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers een ontwerp heeft besproken en goedgekeurd, wordt het doorgestuurd naar de Senaat. Die kan het ontwerp in behandeling nemen als ten minste 15 senatoren hierom binnen 15 dagen verzoeken (men spreekt van de "evocatie" van een ontwerp).

Indien de Senaat binnen 60 dagen overgaat tot amendering, wordt het ontwerp teruggestuurd naar de Kamer van volksvertegenwoordigers, die er zich opnieuw over uitspreekt. Als de Kamer evenwel nieuwe amendementen aanbrengt, dan mag de Senaat opnieuw kennis nemen van het wetsontwerp en eventueel nieuwe amendementen voorstellen. Bij niet gelijkgestemde visies tussen Kamer en Senaat is het aantal overzendingen tussen de beide Kamers beperkt.

Als de Senaat het ontwerp verwerpt, wordt de overgezonden tekst als niet-geamendeerd beschouwd. De Kamer heeft steeds het laatste woord in de optioneel bicamerale procedure.

Ook de senatoren kunnen wetsvoorstellen over deze aangelegenheden indienen. Voor die wetsvoorstellen gelden gelijkaardige overzendingsregels en ook hier heeft de Kamer van volkvertegenwoordigers het laatste woord.

3. Monocamerale wetten (artikel 74 van de Grondwet) -> worden aangenomen door de Kamer en de Koning

Het betreft voornamelijk formele wetten die inhoudelijk geen enkele normatieve bepaling bevatten :

Daarnaast zijn ook de wetten met betrekking tot de burgerlijke en strafrechtelijke

aansprakelijkheid van de federale ministers monocameraal. Het monocamerale karakter

van deze aangelegenheid is vrij vanzelfsprekend. De Kamer beslist of er al dan niet kan overgegaan worden tot de vervolging van een federale minister. Het is dan ook logisch dat zij de regels voor hun burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid vastlegt.