

resultaat van de stemming
In de plenaire vergadering kunnen alle senatoren zich uitspreken over de tekst. Zij kunnen de tekst ongewijzigd aannemen, amenderen (= wijzigen) of verwerpen.
|
Z.M. Koning Albert II |
| Copyright
Foto : FOD Kanselarij van de Eerste Minister - Algemene Directie Externe
Communicatie - Copyright Fotograaf : |
Voor hij wet wordt, moet de aangenomen tekst voor
bekrachtiging (= ondertekening) naar de Koning.
De bekrachtiging
gaat gepaard met de afkondiging door de Koning (artikel 109 van de
Grondwet).
| altijd bij de Kamer |
|
| altijd bij de Senaat |
|
| bij Kamer en Senaat |
|

Voor de federale basiswetgeving staan de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat op voet van gelijkheid. Dit wil zeggen dat wetsontwerpen en wetsvoorstellen pas goedgekeurd zijn, wanneer beide Kamers een identieke tekst hebben aangenomen. Grosso modo kan men de wetten die hieronder vallen, in de volgende groepen onderbrengen:
a. De fundamentele institutionele regels :
- de Grondwet en de bijzondere wetten;
- de gewone wetten die betrekking hebben op de structuur van de federale staat en de werking van het Parlement;
- de aangelegenheden die krachtens de Grondwet door de beide kamers moeten worden geregeld.
b. De wetten in verband met de Belgische internationale betrekkingen zoals :
- wetten tot instemming met internationale verdragen ;
- wetten die specifieke bevoegdheden overdragen aan internationale instellingen ;
- wetten die de federale Staat toelaten in de plaats te treden van de Gemeenschappen en Gewesten wanneer deze laatste niet aan de hen opgelegde verplichtingen voldoen.
c. De wetten waarbij ingestemd wordt met samenwerkingsakkoorden tussen de federale overheid, de Gemeenschappen en de Gewesten.
d. De wetten betreffende de Raad van State, het Arbitragehof, en de organisatie van de hoven en rechtbanken.
De lijst van integraal bicamerale aangelegenheden kan bij bijzondere wet worden uitgebreid.
Voor een groot deel van de federale wetgeving heeft de Senaat een beperktere bevoegdheid. De wetsontwerpen (van de regering) die op deze domeinen betrekking hebben, worden in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend. Wanneer de Kamer van volksvertegenwoordigers een ontwerp heeft besproken en goedgekeurd, wordt het doorgestuurd naar de Senaat. Die kan het ontwerp in behandeling nemen als ten minste 15 senatoren hierom binnen 15 dagen verzoeken (men spreekt van de "evocatie" van een ontwerp).
Indien de Senaat binnen 60 dagen overgaat tot amendering, wordt het ontwerp teruggestuurd naar de Kamer van volksvertegenwoordigers, die er zich opnieuw over uitspreekt. Als de Kamer evenwel nieuwe amendementen aanbrengt, dan mag de Senaat opnieuw kennis nemen van het wetsontwerp en eventueel nieuwe amendementen voorstellen. Bij niet gelijkgestemde visies tussen Kamer en Senaat is het aantal overzendingen tussen de beide Kamers beperkt.
Als de Senaat het ontwerp verwerpt, wordt de overgezonden tekst als niet-geamendeerd beschouwd. De Kamer heeft steeds het laatste woord in de optioneel bicamerale procedure.
Ook de senatoren kunnen wetsvoorstellen over deze aangelegenheden indienen. Voor die wetsvoorstellen gelden gelijkaardige overzendingsregels en ook hier heeft de Kamer van volkvertegenwoordigers het laatste woord.
Het betreft voornamelijk formele wetten die inhoudelijk geen enkele normatieve bepaling bevatten :
Daarnaast zijn ook de wetten met betrekking tot de burgerlijke en strafrechtelijke
aansprakelijkheid van de federale ministers monocameraal. Het monocamerale karakter
van deze aangelegenheid is vrij vanzelfsprekend. De Kamer beslist of er al dan niet kan overgegaan worden tot de vervolging van een federale minister. Het is dan ook logisch dat zij de regels voor hun burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid vastlegt.