De Senaat
weet wat hij wil

Overzicht van de bevoegdheden van de Senaat

De grondwetgever van 1831 maakte van België een unitaire Staat en een grondwettelijke en parlementaire monarchie met een volledig tweekamerstelsel. In 1993 herschiep de grondwetgever België in een federale Staat die de plaats van de unitaire Staat inneemt. Het parlement werd hervormd in functie van de specifieke taken die aan Kamer en Senaat werden toegekend.


Vrouwe Justitia prijkt op de voorgevel van het parlement.
Komt er nu ook een Nieuwe Gerechtelijke Cultuur ? (foto Monsaert)

Met de hervorming van het parlement wilde men de kwaliteit van het parlementaire werk verbeteren. Men wilde de snelheid ervan verhogen door te vermijden dat ontwerpen eindeloos heen en weer worden gestuurd tussen de beide kamers, wat aanleiding gaf tot nodeloze herhalingen en dubbel werk. Ten slotte wilde men dichter aansluiten bij de federale realiteit.

"Verjongingskuur" voor een nieuwe Senaat

Van de beide wetgevende kamers heeft de Senaat de meest diepgaande wijzigingen ondergaan door de staatshervorming.

Behalve een verlaging tot 21 jaar - voorheen 40 jaar - van de leeftijdsvoorwaarde om zich verkiesbaar te stellen, kende de grondwetgever aan de Senaat een specifieke politieke rol toe, geconcentreerd op wetgeving, internationale betrekkingen, de verhoudingen tussen de federale Staat en de gewesten en gemeenschappen, alsmede het recht van onderzoek.

Reflectiekamer

De Senaat heeft altijd al de roeping gehad van reflectiekamer over de wetgeving. In de nieuwe Senaat zorgde dit voor een opleving in de vorm van de organisatie van grote maatschappelijke debatten.

Zo vond er in de Senaat een belangrijk colloquium plaats over de relatie tussen justitie en pers.

In 1996 hield de Senaat eveneens een debat over de economische aspecten van de NMBS en het vervoer in het algemeen. Dit debat was een voorafspiegeling van discussies over de maatschappij van morgen.

Bovendien plant de commissie voor Sociale zaken een debat over sociale uitsluiting. Dit debat zal worden georganiseerd in de plenaire vergadering.
Andere onderwerpen zoals euthanasie zullen moeten worden aangesneden, ook al is de behandeling ervan delicaat wegens de verschillende politieke en filosofische gevoeligheden.

Nachtarbeid

Dit wetsontwerp, dat door de Senaat werd geëvoceerd op 16 januari 1997 en dat het verbod op nachtarbeid handhaaft, streeft naar een evenwicht tussen het principe van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen (door overleg en door het opstellen van een 'check-list'), het principe van de bescherming van de werknemers (proefperiode van drie maanden voor nachtwerk, mogelijkheid om de dagtaak weer op te nemen zonder te worden ontslagen, indienstneming van tijdelijke werknemers) en het principe van de versoepeling van de arbeidstijd. Het wetsontwerp verbetert de sociale begeleiding bij nachtarbeid, die alleen nog op vrijwillige basis gepresteerd wordt.

Hoewel dit wetsontwerp werd geëvoceerd, heeft de Senaat besloten het toch niet te amenderen. Tijdens de discussie in de plenaire vergadering hebben Lydia Maximus (SP) en Martine Dardenne (Ecolo) echter de gelegenheid gehad om hun bezorgdheid over een aantal punten uit te spreken.

Ontmoetingskamer

Zonder volledig de kamer van de deelstaten te worden, maar dank zij de aanwezigheid van 21 gemeenschapssenatoren, is de Senaat als ontmoetingskamer de bevoorrechte plaats voor het overleg tussen de federale overheid en de deelstaten.

Regeling van belangenconflicten

Als enige is de Senaat bevoegd om zich met een gemotiveerd advies uit te spreken over eventuele belangenconflicten tussen het federale parlement en de gemeenschaps- en gewestraden.

Interview met Senaatsvoorzitter Frank Swaelen

Eind 1998:
debat over de staatshervorming

De Senaat is de ontmoetingsplaats voor de federale Staat en de gemeenschappen en gewesten. In de commissie voor Institutionele aangelegenheden loopt op dit ogenblik een evaluatie over de werking van onze nieuwe federale structuren.

Komt er daarna ook een groot debat over de staatshervorming ?

Zeker, de evaluatie in de commissie Institutionele aangelegenheden zal worden afgesloten met een debat in de plenaire vergadering.

Het regeerakkoord van 1995 vermeldt dat aan de Senaat wordt gevraagd de werking van de nieuwe federale structuren te beoordelen.

De commissie is nu begonnen met, punt na punt, alle bevoegdheden te onderzoeken die door de bijzondere wet van 8 augustus 1980 aan de gemeenschappen en gewesten werden toevertrouwd.

Eerst worden de gewestbevoegdheden doorgelicht, daarna volgen de gemeenschapsaangelegenheden en ten slotte, de bevoegdheden die federaal zijn gebleven.

De commissie gaat na of de bevoegdheden voldoende werden afgelijnd en of er bij voorbeeld geen overlappingen zijn tussen de verschillende bestuursniveaus.

De burgers hebben recht op een goede dienstverlening. Dat veronderstelt allereerst dat het voor hen duidelijk moet zijn welk niveau bevoegd is.

De commissie zal in een eerste fase de knelpunten opsporen. In een tweede fase zal zij concrete voorstellen doen om de werking van de Staat en de dienstverlening aan de burgers te verbeteren.

De commissie moet tegen eind 1998 haar werkzaamheden afronden.

Evaluatie van de federale Staatsstructuur

In het kader van zijn dubbele taak van reflectiekamer en onmoetingsplaats voor de gemeenschappen is de Senaat ingegaan op de vraag van de regering om de werking van de nieuwe federale structuren te evalueren.

Het Bureau van de Senaat heeft deze opdracht toevertrouwd aan de commissie voor Institutionele aangelegenheden. Bovendien is deze commissie belast met het opmaken van een inventaris van de institutionele problemen die voortvloeien uit de toepassing van de Staatshervorming, en met een algemeen verslag aan het eind van de zittingsperiode op te maken.

Volledig tweekamerstelsel

Het volledige tweekamerstelsel blijft van toepassing in een aantal domeinen. De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat staan op gelijke voet bij de herziening van de Grondwet, de wetten die een bijzondere meerderheid vereisen, de wetten betreffende de Raad van State en de organisatie van hoven en rechtbanken, de wetten tot goedkeuring van samenwerkingsakkoorden tussen de Staat, de gewesten en de gemeenschappen en de wetten tot instemming met internationale verdragen. Deze laatste worden door de Senaat prioritair behandeld, wat aanleiding kan geven tot debatten over de internationale politiek. De Senaat vraagt ook naar de standpunten van de Belgische vertegenwoordigers bij het begin van de voorbereidende onderhandelingen voor een multilateraal verdrag.

Evocatierecht

Enkele aangelegenheden waarvoor de Kamer van volksvertegenwoordigers als enige bevoegd is terzijde gelaten, beschikt de Senaat over een evocatierecht voor de teksten die door de Kamer worden goedgekeurd. Zo kunnen de senatoren die ontwerpen amenderen, al behoudt de Kamer het laatste woord. De parlementaire overlegcommissie (elf volksvertegenwoordigers en elf senatoren, waaronder de beide voorzitters) regelt de belangenconflicten tussen beide assemblees.

Initiatiefrecht

De Senaat beschikt ook ten volle over het initiatiefrecht. Dat recht maakt het de senatoren mogelijk wetsvoorstellen in te dienen en te bespreken, ook in aangelegenheden waarvoor zij enkel over het evocatierecht beschikken. In dat geval neemt de Kamer van volksvertegenwoordigers de uiteindelijke beslissing. Door bijzondere aandacht te besteden aan initiatieven van de senatoren, vormen de commissies nog meer dan in het verleden het hart van het wetgevende werk.

Wetgevingstechnische en taalkundige kritiek

Van de Senaat verwacht men ook dat hij zich toelegt op de vereenvoudiging, coördinatie en evaluatie van de wetgeving. Om tot kwalitatief hoogstaand wetgevend werk te komen, lichten de diensten van de Senaat de ontwerpen wetgevingstechnisch en taalkundig door.

Controlebevoegdheid

Controle en sancties zijn altijd al de sterke punten geweest van het parlementaire stelsel. Als gevolg van de hervorming van 1993 kan enkel de Kamer van volksvertegenwoordigers de regering sanctioneren. De Senaat behoudt evenwel een aanzienlijke controlebevoegdheid.
Schriftelijke en mondelinge vragen stellen de parlementsleden in staat zich te informeren door rechtstreeks de regering te ondervragen, zonder dat daardoor het vertrouwen in de regering op het spel komt te staan. De schriftelijke vragen en de antwoorden van de ministers worden gepubliceerd in het "Bulletin van Vragen en Antwoorden". De mondelinge vragen over een actueel onderwerp van algemeen belang worden meestal op donderdagnamiddag gesteld, bij het begin van de plenaire vergadering.

Anders dan de mondelinge vragen maken de vragen om uitleg het mogelijk een debat te starten en kunnen ze worden besloten met het indienen van een motie. De procedure is vergelijkbaar met die van de interpellaties, die alleen nog in de Kamer plaatshebben en het vertrouwen in de regering op het spel zetten.

Recht van onderzoek

Tot slot kent artikel 56 van de Grondwet de Kamer van volksvertegenwoordigers én de Senaat het recht van onderzoek toe. Deze techniek heeft de laatste jaren een sterke groei gekend. Ze maakt het mogelijk vragen te behandelen die de publieke opinie bezig houden. Een onderzoekscommissie beschikt over de bevoegdheden van een onderzoeksrechter. Haar werkzaamheden worden afgesloten met een verslag dat in voltallige zitting behandeld wordt. Normalerwijs leidt dit tot het aannemen van besluiten, aanbevelingen of resoluties, die eventueel kunnen uitmonden in een wetgevend initiatief.
Het merendeel van de onderzoekscommissies is ingesteld na 1950. In de Senaat zijn de laatste in de reeks belast met het onderzoek naar de georganiseerde misdaad en met de gebeurtenissen in Rwanda.

Centrum voor verdwenen kinderen

Prins Filip woonde als senator van rechtswege de vergadering bij van de commissie voor Binnenlandse en Administratieve aangelegenheden.

Deze buigt zich over de oprichting van een Centrum voor verdwenen kinderen (foto Belga)

Tot besluit

Dit zijn de voornaamste bevoegdheden van de Senaat zoals die is voortgekomen uit de grondwetsherziening van 1993. Zoals voorzitter Frank Swaelen terecht heeft benadrukt : "De Senaat is een volledig nieuwe wetgevende vergadering die niet veel meer gemeenschappelijk heeft met de oude Senaat. Dat betekent dat men hem de mogelijkheid en de tijd moet laten om zijn sporen te verdienen". De voorzitter zegt overtuigd te zijn dat "het denkwerk dat door het Bureau van de Senaat is verricht, het de Senaat mogelijk maakt om in de schoot van onze instellingen zijn plaats te vinden, als wetgevende vergadering en als reflectiekamer".


Volwaardige onderzoekscommissie voor Rwanda
Om tot de huidige onderzoekscommissie Rwanda te komen, ging de Senaat niet over één nacht ijs. Eerst togen een ad hoc-groep en een bijzondere commissie aan het werk.
Als reactie op het rapport van de ad hoc-groep besliste het Bureau van de Senaat, na nachtelijk beraadslagen, om op 23 januari 1997 een bijzondere commissie in te stellen naar het Rwandese drama. Het bureau van de onderzoekscommissie: Philippe Mahoux (PS), ondervoorzitter, Frank Swaelen (CVP), voorzitter en Guy Verhofstadt (VLD), ondervoorzitter
De bijzondere commissie moest onderzoeken welk beleid de Belgische en de internationale autoriteiten voerden en welke acties zij ondernamen. Zo mogelijk moest zij conclusies formuleren over de verantwoordelijkheden en de maatregelen die in de toekomst moeten genomen worden. Doorgaans openbaar heeft de bijzondere commissie een lange reeks getuigen van het Rwandese drama gehoord en ook toenmalig defensieminister Leo Delcroix en toenmalig stafchef luitenant-generaal José Charlier met elkaar geconfronteerd. Van links naar rechts: op de eerste rij: Magdeleine Willame-Boonen (PSC), Ludwig Caluwé (CVP) en Vera Dua (Agalev); op de tweede rij: Michèle Bribosia-Picard (PSC), Erika Thijs (CVP) en Robert Hotyat (PS)
Belangrijke getuigen als onderzoeksrechter Vandermeersch en auditeur-generaal Van Winsen wilden echter enkel spreken voor een parlementaire onderzoekscommissie. Hoewel de bijzondere commissie reeds voor specifieke punten kon optreden als een onderzoekscommissie, besliste de Senaat op 24 april om een parlementaire onderzoekscommissie op te richten. Zo'n parlementaire onderzoekscommissie heeft dezelfde bevoegdheden als een onderzoeksrechter en kan bij voorbeeld onder ede getuigen horen.
Het argument dat deze verregaande bevoegdheden UNO-stafleden zouden afschrikken om voor de Senaat te getuigen, is overigens niet meer aan de orde. Secretaris-generaal Kofi Annan weigert om UNO-stafleden in gelijk welke Senaatscommissie aan het woord te laten.
Het licht werd dan ook op groen gezet voor de onderzoekscommissie Rwanda.
Haar eindrapport wordt verwacht tegen eind juni 1997.
Van links naar rechts: Jurgen Ceder (VL. Blok), Patrick Hostekint (SP), Alain Destexhe (PRL-FDF), Stephan Goris (VLD)

De Senaat, een bewogen geschiedenis

1831

Het Nationaal Congres, grondwetgevend orgaan van het jonge België, kiest na een lang en woelig debat voor een tweekamerstelsel.

De wetgevende macht zal worden uitgeoefend door de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. Beide assemblees hebben dezelfde bevoegdheden.

Het verschil zit in de verkiesbaarheidsvoorwaarden voor kamerleden en senatoren. Een senator moet minstens 40 jaar oud zijn en per definitie grootgrondbezitter. Enkel die zeer kleine groep betaalt voldoende cijns (grondbelasting) om verkiesbaar te zijn voor de Senaat.

De grondwetgever wil hiermee zowel de zeer grote politieke invloed van adel en hoge burgerij laten temperen door de Kamer, als een misschien te vooruitstrevende Kamer in toom houden door een conservatieve Senaat.

De senatoren worden rechtstreeks en voor 8 jaar verkozen.

Hun aantal bedraagt de helft van het aantal kamerleden.

De kroonprins (troonopvolger) is senator van rechtswege.

1893

Gedwongen door de beweging voor algemeen stemrecht voorziet de grondwetsherziening in 1893 in een aanmerkelijke verlaging van de kiescijns.

Deze hervorming wordt echter tegelijkertijd afgezwakt door de invoering van de nieuwe categorie van provinciale senatoren. Zij worden niet rechtstreeks verkozen, maar aangeduid door de provincieraden.

Tevens wordt de titel van senator van rechtswege uitgebreid tot alle kinderen van de Koning of, als er geen zijn, tot de Belgische nakomelingen van de tot regeren gerechtigde tak van het vorstenhuis.


Een Senaatsvergadering in 1880.

1921

Na de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht blijkt een nieuwe hervorming van de wetgevende instellingen noodzakelijk.

In de Senaat wordt de cijnsvoorwaarde vervangen door een aantal kwalitatieve voorwaarden.

Voortaan kunnen burgers die belangrijke publieke, economische of sociale functies hebben bekleed of die bekwaamheidsbewijzen bezitten (een diploma hoger onderwijs) zich verkiesbaar stellen.

Dat geldt ook voor allen die minstens 3.000 frank directe belastingen betalen. Dit laatste overblijfsel van het cijnskiesstelsel wordt al snel achterhaald door de muntontwaarding.

Net als in 1893 wordt ook deze democratisering tegelijkertijd beperkt door de invoering van een derde categorie van senatoren, de gecoöpteerden. Zij worden aangeduid door de rechtstreeks verkozen en de provinciale senatoren.

1985

Eindelijk worden alle nog overblijvende verkiesbaarheidsvoorwaarden afschaft.

Enkel de leeftijdsgrens blijft op 40 jaar, tegenover 21 in de Kamer van volksvertegenwoordigers.

1993

De recente grondwetsherziening wijzigt de bevoegdheden van Kamer en Senaat grondig.

Het aantal senatoren wordt beperkt tot 71 en men kan nu vanaf 21 jaar senator worden.

1995

Eerste verkiezing van de nieuwe Senaat.

40 verkozen senatoren
21 gemeenschapssenatoren
10 gecoöpteerde senatoren
71 senatoren +
de troonopvolgers
Nederlandstaligen
Franstaligen
Duitstaligen

Texte franšais


Opmerkingen voor de webmaster